Vannacht droomde ik…

Ik wilde naar huis met mijn oudste zoon. We liepen tussen flatgebouwen die wijd uit elkaar stonden. Grijze, vierkante blokkendozen. Vrij nieuw. Tussen de flats waren parken aangelegd waar een soort kleine stadskrokodillen leefden. De krokodillen waren grijsgroen en hadden een kameleonachtige kam op de rug. Je moest goed uitkijken dat je niet door ze gebeten werd. Als Schotse Hooglanders kuierden ze vrijelijk over de publieke gazons. Er kropen ook onschuldige reptielen rond, die kwamen binnenshuis, zoals vliegen in de zomer, motten in de kledingkast.

Voordat we naar huis konden, moesten we onze hond naar de overkant brengen van een water. Dat water had niets weg van de kunstmatig aangelegde parkvijvers. Het was een breed meer, omringd door groen en hoogstaand riet. De witte hond die al een jaar dood was, kwam weer tot leven. Ze maakte geen wezenlijk contact met ons. Ik droeg haar onder een arm. Mijn zoon en ik stapten ieder in een eigen papyrusbootje. Ik voer op het ene bootje met de kleine hond stevig tegen mijn zij geklemd. Mijn zoon voer achter mij in het andere bootje. Maar de bootjes zonken in een rechte lijn naar beneden. Het hondje zakte traag naar de bodem. Ik dook haar op en zette haar halverwege het meer op een klein eilandje tussen het struikgewas. We moesten haar daar achterlaten. Mijn zoon en ik zwommen naar de kant en liepen door de moderne buitenwijk terug naar huis. In de slaapkamer zat een enorme kameleon in de vensterbank. Mijn zoon zei dat die ons geen kwaad kon doen.

Huis-aan-huis poëzie

Afgelopen zondag bladerde ik het gratis huis-aan-huis-blaadje door, de ongewoonheid van de gewone woorden lieten een gedicht door het regionale nieuws en de advertenties heen schemeren ;-) !

De keerzijde

Vloervolkoren
950 m²
Mandala van
schoenlepels

Uienkruier
Vliegangstvlucht

Ik wil uw goud!
Erik vraagt oud ijzer

Iedereen zijn
eigen toko

Spannende sex:
Oudere vrouwen
gratis opmeten
confectioneren
en ophangen!
20 stuks
op=op

Veel kleinere maten
toonzaalmodellen
onderhoudswerkzaamheden

Iedere klant gratis zak!
Kwaliteit in eigen hand,
volledige service en garantie

Drouwenerzand
Bruiningstunnels
Bachata, Zouk & Zumba

De Cora de Casa
3+2 bankstel
nu voor de helft

Keurflorijn
Regiobeurs

Polderloop
voetanalyse
zelf meten en monteren

SR1 Franse schone
Co Borst
een kleine greep.

Een muis van Delfts Blauw

Een muis van Delfts Blauw in de maag van een verwaande kat.  Jonas in de walvis maar dan anders. Het verhaal begint met een beeld. Daarop volgt de letterlijke verbeelding. Inkleuren gaat aan de hand van personages die in het hoofd vertellen wat ze zeggen, doen, zien en waar ze zijn.  Je schrijft het niet zelf, het is de verwaande kat met een aardewerken muis in zijn mik die ervoor zorgt dat je eraan begint. Zonder opmerkelijke observaties, zou men niet aan het schrijven gaan. Denk ik.

Foetus

Annemieke 1967 (wastekening)

Ik houd een korte schrijfpauze. Stuurde vorige week een synopsis op van mijn verhalenbundel, heb een begin gemaakt met een derde verhaal, maar op de een of andere manier werk ik de laatste tijd liever met beelden. Willen de woorden even niet.

PHOoTO

Boze droom

Draak vraagt of hij de adoptiefilm mag zien. De reis naar Ethiopië die we in 2001 maakten om hem op te halen staat op beeld. Zelf kijk ik niet graag achterom. Doet me te zeer. Terwijl Draak de film volgt, kijk ik vanuit mijn ooghoek mee. Ga er zelfs bij zitten. Stand-by op ‘t puntje van de poef, om op ieder moment uit ‘t verleden te kunnen schieten. Er ligt een Draakje op de bank in het zusterverblijf. Zo kwetsbaar. Zacht gekir. Lief. Schor lachje. Ik drijf direct weer mee op dat gevoel. Wil hem meenemen. Koesteren. Opvoeden. Beschermen. Maar het is alsof die baby daar een ander kind betreft. Alsof de ziel is verwisseld. Ik herken hem maar toch ook weer niet.

Draak vindt het geweldig om zichzelf in de baby te spiegelen. Hij ervaart een lief beeld. Dat ben ik ook, die lieve baby. Dat is goed voor zijn zelfbeeld. Daarbuiten loopt hij steeds tegen zijn schaduwkant aan. Ook al vertellen we hem dat hij daar weinig aan kan doen. Aan zijn beschadiging. Iedereen wil hem daarbij helpen. Zorgen dat het steeds een beetje beter wordt. De laatste tijd gaat het slechter. Het vreet aan me. Aan hem. Wat wordt hij dun.

Na het ballpoint-incident blijft Draak vervuld van wraakgevoelens. Hij wil de leider van de vechtersbende terugpakken. Bij het eten van bami biecht hij zijn plannetje op. Samen aan tafel wordt het al gauw intiem. Meestal begint hij dan te huilen. Komt er wat los. Draak rent naar de hal en vist een oude fietssleutel van zijn broer op uit zijn spijkerjack.  Ik geef hem een compliment voor het opbiechten. Leg nogmaals uit dat je niets opschiet met het pijn doen van een ander. De fietssleutel berg ik op in mijn broekzak.

De volgende dag is mijn zak leeg. De sleutel moet eruit gegleden zijn toen ik voor het slapen gaan mijn broek in een boog op de grond heb laten vallen. Ik buig me over de vloer. Blik op mijn buik onder bed. Draak komt erbij staan. Ik vraag hem of hij het misschien heeft. Hij zegt van nee en helpt mee zoeken. Vlak voordat we weer naar de kliniek vertrekken, doorzoek ik zijn jas en schooltas op scherpe voorwerpen. In een klein zijvakje van zijn tas vind ik in een fluwelen zakje de sleutel. Een rudimentaire stiletto.

Draak bewapent zichzelf voortdurend. Aanval is zijn beste verdediging. Een slechte stem in zijn hoofd beveelt hem gemene dingen te doen. Als hij daar geen gevolg aan geeft, wordt hij genadeloos gestraft. Ik vraag hem waarmee die slechte stem hem dan kan straffen. ‘Met een boze droom,’  is zijn antwoord. Een boze droom. Dat is wat het is. Ik hoop op een dag te ontwaken. Met naast mij Draak. En dat we er dan om lachen.

De pen als wapen

De pen is een machtig wapen. Voor een scherp geslepen polemiek. Een ingezonden brief. Met mooie woorden kun je iemand voor je winnen. Met venijn daarentegen van je afslaan. In hapkido gebruiken ze de pen letterlijk als wapen. In voorbije tijden paste men daar de pen toe op dodelijke drukpunten. De pentechniek van nu is wreed te noemen. Je kunt iemand in een handbeentje steken maar de slagader mag ook. Dat laatste alleen als je de dood in de ogen kijkt. Het valt  immers onder de verdedigingssport.

Dus Draak heeft gewoon hapkido beoefend. Een kind in beide zijden met een ballpoint gestoken. Dwars door de kleding heen. Tot bloedens toe. Zelfverdediging? Ja en nee. Als hij van de leiders van de schoolbende niet een ander kind grijpt, wordt hij zelf gegrepen. Maar de pen bedacht hij zelf. Slaat hij eenmaal aan het vechten, verliest hij zich daarin. Zoekt een wapen dat voorhanden is.

Het is al maanden aan de gang. Georganiseerd op school. De terreur is hard. Doe je niet mee, zullen ze je aan stukken snijden. Vertel je het door, steken ze je neer. Draak hield zijn mond. Was doodsbang voor de leider en vechten kan hij als de beste. Daardoor vocht hij zich nog behoorlijk hoog in de hiërarchie van de bende. Maar wat een worsteling moet dat zijn. Ook voor Draak. Van al dat knokken in een kop, knakt de ruggengraat.

Oog voor wapens heeft hij zonder meer. Draak beheert een heel wapenarsenaal van stokken achter in de tuin . De scherpe punters druk ik ongezien achterover. Maar het barst hier in huis van de ballpoints. Die liggen overal. In elke hoek van de kamer. Ik voer immers de pen.

Hechten

Picture 663

‘Ik kan mij niet meer hechten!’ Hoe vaak riep ik dit niet nadat mijn adoptiezoon uit huis was geplaatst? Het gekke was dat die uitspraak niet op kinderen sloeg maar op dieren. Het betrof levende schepsels waar ik -eenmaal in huis genomen- voor zou moeten zorgen tot aan de dood. Die belofte kon ik niet meer doen. Ik heb in mijn leven al heel wat dieren gehad. Vertrouwen in dat mij dat goed afgaat, zou vanzelfsprekend moeten zijn.

Overvallen door bindingsvrees deed ik toch, nadat mijn hond gestorven was, verscheidene pogingen een nieuwe viervoeter te vinden. Maar iedere poging liep op niets uit. Bij het bezichtigen van puppen kreeg ik de kriebels als de papieren in zicht kwamen. Het haalde de adoptie naar boven.  Een optie op een Spaanse asielhond bezorgde me slapeloze nachten. Dan maar geen hond.

Het huis werd wel erg leeg. Stil. Saai. Mijn oudste zoon stelde voor om een poes te nemen. Omdat je met een kat minder gebonden bent, durfde ik het aan. Zo kwam ik twee weken geleden met een cypers poesje thuis. Het beestje had nog zichtbare hechtingen van de sterilisatie. Na een paar dagen sprongen de hechtingen open. Het dier reageerde allergisch op het hechtmateriaal.

Al ruim een week houd ik me bezig met het schoonhouden van de kapot gemaakte huid. Dien antibiotica toe. Langzaam helen de wonden. Ineens herinner ik mij mijn uitspraak: ‘Ik kan mij niet meer hechten!’ De kat was al gehecht maar ik heb me opnieuw met haar te hechten. Samen likken we onze wonden. Hoe mooi de symboliek van het woord.

Bindingsangst

Safira2

Safira moet ze heten. Uiteindelijk zal het wel een echte Truus blijken te zijn, net zoals haar zwarte voorgangster Pandora. Daar zit je dan als hondenmens; opgezadeld met een kat. In maart van dit jaar was de hond na zestieneneenhalf jaar op. Ouder kon ze niet worden. Haar taak als gezelschapsdier was gedaan. Pandora legde zeven jaar eerder al het loodje.

Een kadaver en een kind uit huis. Dooie boel zeg. Ook wel prettig. Een mandlegerige hond en  kind dat voortdurend toezicht nodig heeft, vragen veel. Even niet zorgen. Nou ja, bijna niet: Drie goudvissen, twee hoogbejaarde cavia’s -die ook maar niet dood willen- en een dertienjarige die steeds zelfstandiger wordt.

Ik lieg een klein beetje. Ik ben niet louter een doggy-lover. Een hond vind ik gewoon net even leuker dan een kat. De band met zo’n dier is hechter. Maar juist dat binden houdt me tegen. Noem het bindingsangst.  Het niveau van een hond gaat haast gelijk op met dat van een kleuter. Zo’n blaffer is dus een handenbindertje. En ik heb geen zin meer in die boeien.  Maar ja, die dooie boel he. Dus toch maar een zwerver opgehaald uit het asiel. Een kat adopteren is een stuk eenvoudiger dan het adopteren van een kind. Je mag haar of hem zelfs terugbrengen als het thuis niet gaat.

Drie?

schoon

Het tweede verhaal (Griet Widoeghe) is klaar en goed bevonden. Omdat het nog even duurt voordat er publicatie-ruimte is bij de uitgever, speelt de gedachte door mijn hoofd om aan een derde verhaal te beginnen. Ik denk altijd in drie; waxinelichtjes in een groepje van drie, snuisterijen, fotolijstjes, tuinplanten van eenzelfde soort: Indien mogelijk gegroepeerd per drie. Dus een verhalenbundel (De tranen van de zeegans) met maar twee verhalen telt niet mee.

Ik kan voor een volgend verhaal nog verder terug in de tijd gaan. Via de negentiende eeuw naar de late middeleeuwen en dan….3 n. Chr. ? In ieder geval wordt het wel mijn derde boek. En dan stoppen? Neen, dan op naar het volgende drieluik.

Volgende pagina »