Appeldiefjes

Ik loop met de oude hond langs het voetbalveldje, met even verderop de ponypaarden, als vijf jongetjes uit de bosjes schieten. Ze hebben kleine appeltjes bij zich, waar ze gretig van eten, en komen om mij en het hondje heen staan. ‘Weten jullie zeker dat het geen sierappeltjes zijn?’ vraag ik.

‘We plukken ze altijd daarzo bij het bruggetje!’ zegt de langste van het stel en hij wijst richting flats.

‘Wat zijn sierappeltjes?’

‘Sierappeltjes kun je niet eten. Die zitten voor de sier aan een boom. Ze zijn giftig.’

‘Ga je dan dood?’

‘Je kunt er buikpijn van krijgen.’

‘Ik eet ze altijd!’

‘Nou, jullie leven nog, dan zal het wel goed zijn.’

‘Wilt u ook een appeltje?’ Een jongetje met gitzwart haar en een brilletje vist een klein groen appeltje uit zijn broekzak op.

‘Dank je, maar liever niet, straks val ik als Sneeuwwitje achterover!’ Zelf vertrouw ik de appeltjes niet helemaal en zeker mijn maag niet. Dan gaat hun aandacht uit naar de hond. Ze willen de viervoeter appeltjes voeren maar de hond heeft houtjes gevonden die beter smaken. Rustig aaien ze om beurt het beest en ik leg uit dat de hond bijna blind is. Dat ze daarom af en toe schrikt van een hand voor de kop. Ze is immers al vijftien jaar.

‘Goh, dat is oud! Dan is ze eigenlijk al honderdenvijf,’ zegt een slimmerik.

‘Is het een meisje?’ vraagt een ander.

‘Ja, het is een teefje.’

‘Wilt u haar ruilen voor een paar appeltjes?’ Ik schiet in de lach. Onwillekeurig moet ik denken aan een Noord-Afrikaanse markt waar een vrouw voor een paar kamelen wordt verhandeld. Ben je een oude teef, ben je niet meer waard dan een hand vol zure appels.

‘Nee, ik ben teveel aan haar gehecht. En ze is al oud. Ze wil helemaal niet meer met jullie spelen.’ Ze vertellen me nog waar ze twee zwanen hebben zien zwemmen die hun stok -een oude tafelpoot- weer naar de kant hebben gebracht en dan zeg ik dat ik er weer van doorga. ‘Dag mannen!’

Ze zwaaien en eentje roept me na:

‘Dat is toch een Bullterrier?’ Ik kijk naar mijn stoffige Maltezer die langzaam vooruit sjokt.

‘Nee, het is een Maltezer. Een Bullterrier is een heel stoer hondje!’

En daarom ben ik zo gek op jongetjes van een jaar of zeven. Van die tijdloze jongetjes, die nog gewoon appeltjes jatten en een Maltezer voor een Bullterrier aanzien.

Zoeken

Ik heb er dertig uitgezocht. En altijd weer die twijfel. Over een zin, een woord of over alles. Wat is een gedicht? Waar ligt de grens tussen Candle-light gekreun en een verstaanbaar gedicht? Het balanceren tussen kunst en kitsch is even moeilijk als *met je kop op de keukentafel staan en het dan nog niet goed zien.

Maangodin

Zij baarde
uit water en aarde
tussen zon en
dageraad in
paarlemoer

Donker
verlichtte
‘t vrouwelijk
gezicht,
wekte
slaap
tot leven

En
Endymion
merkte
niks

Zonde.

Aan de dijk gezet

Slenterend langs de slaperdijk
onderscheidt zich zeewaarts de waker

Hij wacht op water en zij op niets
geen dijk geen weg geen later

Ver van kering, dicht bij wering
met vrij uitzicht op aflopend hogerop,
loopt oud meisje van de slaper
voor de bisamrat uit in een strop.

*De vader van mijn moeder kon dit overigens erg goed (na een slok)

Vuurspuwend Draak(je)

Draak is voor negen dagen thuis. Op maandag zet ik hem voor een film en vlecht zijn haren. Zijn broer Rat kampeert op Texel. Het weekend duurt al vier en een halve dag. Het is voor het eerst sinds tien maanden dat Draak zo lang achtereen weer thuis is.

Zo één op één en sinds de medicatie is het goed te doen. Hij is veranderd. Enorm vooruit gegaan sinds het messen zwaaien. Maar een hoop blijft ook hetzelfde. Na een middag van veelvuldig opvliegen en vloeken leg ik hem op de massage-tafel. Ik zie dat zijn tengere lijf gespierder is geworden. Soms lijkt hij een kleuter en dan ineens weer acht. Maar het lijf groeit door.

Draak is een mooi kind. Zijn huid is zacht en diepbruin. Grote ogen en prachtig haar. Met geurende olie strijk ik rust via zijn rug naar de tenen. Hij giechelt. Het kriebelt. En ineens hebben we het over zijn moeder. Zijn echte moeder. Ik moet denken aan de dag daarvoor. Ik dacht dat hij het gas hoger had gedraaid waardoor de aardappels waren verbrand…maar twijfelde…zou ik ‘t zelf hebben gedaan? 

‘Dat jij je eigen kind niet vertrouwt!’ riep hij boos.

Ik beschuldigde hem niet. Maar vroeg of hij het soms gedaan had. Eigenlijk gaf hij me een groot compliment.

Alsnog aanstellen

Op veertienjarige leeftijd mocht ik niet van pa naar Doe Maar, maar moest het met de bij elkaar *gepelde lp’s en postertjes uit de Tina doen. Ik herinner mij een polsbandje dat ik een zomer lang droeg maar de gekte is aan mij voorbij gegaan. De huilende meiden vond ik raar. Flauwvallen nog gekker. Ik lag op mijn bed, zoals een puber overdag behoort te doen, en draaide de platen grijs. Ging mee in de melancholiek of in de humor. De liedjes waren gedichten, proza, bezaten melancholiek of gein. Ik hield gewoon van de liedjes. Het gevoel werd mooi in woorden gevat. En met de juiste muziek daaronder spreekt dat voor zich. Doe Maar -gewoon- fan dus zonder ldvd toen ze ermee stopten. Ik luisterde onderhand toch ook al naar The Cure en New Order. Toch ben ik ze altijd blijven draaien.

Op 2 juli heb ik de schade ingehaald door als veertigjarig meisje al de teksten mee te bléren (die staan op een soort van harde schijf in mijn kop) en wild te springen op de Nederpop. Alsnog even aanstellen. Dat mag als je veertig bent. Dan ben je de schaamte voorbij.

In de hal van de HMH stond mijn uitgever. Die geeft naast Ernst Jansz ook een fotoboek (met tekst van Joost Belinfante) van Doe Maar uit (Doe Maar. Lijf aan lijf. Een terugblik) en een boek van veertig jaar C.C.C. Inc! 

*Bollen pellen

Spinterview

Ik loop naar de voordeur om deze te openen. De stoer uitziende interviewster, van een vrouwenmagazine, blijft voor de drempel dralen. Ik verberg geen pitbull onder mijn rok en boezem bij de meeste mensen geen angst in.

‘Kun je die spin even weghalen?’  klinkt het kleintjes.

Ik kijk naar beneden, omhoog en opzij, maar zie niets harigs kruipen. Ik verwacht op zijn minst iets zwarts ter grootte van een eurocent. Dan wijst ze ter hoogte van mijn middel en zie ik een piepklein spinnetje aan een ragfijn draadje in de deuropening hangen. In een zwaai vangt mijn rechterhand de geleedpotige, met de omvang van een luciferskop, om via de achterdeur de tuin in te werpen. Zo, mijn heldendaad is verricht. De interviewster stapt mijn halletje in en bukt zich om de hond een aai te geven. Als je zo met je zwakte bij iemand binnen durft te komen moet je wel heel sterk zijn.

Mestmasker

Als je schrijft aan een historische novelle stuit je op wonderlijke informatie. Ik wil wat meer weten over make-up gebruik in de negentiende eeuw en kom zo terecht bij make-up in de middeleeuwen  op een site van Enkhuizen 650 jaar. Er wordt een vroegere periode beschreven dan waar ik naar op zoek ben maar misschien zijn sommige ‘producten’ langer in gebruik gebleven.

Ik vind de informatie zeer de moeite waard ook al kan ik het niet gebruiken. Wat hebben vrouwen toch in de loop der eeuwen geknoeid met huid en haar en voor wie? Zichzelf? In die periode gaven de meeste mannen de voorkeur aan puur natuur, volgens mij geldt dat ook voor de 21ste eeuw. Maar die opmerking van mij is behoorlijk ouderwets. Want als vrouw maak je je mooi voor jezelf en niet voor de mannen. Toch?  

Dan lees ik over hoe men in de middeleeuwen allergieën en huidkwalen te lijf ging en schiet in de lach:

Ik citeer van die site het volgende:

Het gevolg van het gebruik van al deze (soms dus zelfs giftige) middelen was natuurlijk allerlei allergieën en huidkwalen. Het is leuk om eens een oud recept te lezen die deze kwalen zouden kunnen verhelpen: Meng asperge wortels, wilde anijs en de bollen van witte Leliën in ezelinnen- en geitenmelk. Laat dit mengsel een tijd staan in warme paardenstront. Hierna moet het gefilterd worden door een linnen lap en daarna is deze heilzame crème voor gebruik gereed.

De dame moest daarna haar gezicht insmeren met stukjes witbrood, gedoopt in dit mengsel. Het voorschrift raadde aan het er zo lang te laten opzitten als de tijd die nodig is om drie keer de Twaalf geboden op te zeggen. Rouge voor de wangen werd in eerste instantie ook alleen door prostituees gebruikt. Maar later in de vijftiende eeuw werd deze gewoonte eveneens overgenomen door de dames uit de high society die hun wangen en ook hun lippen rood maakten.

bron citaat

Cleansing lotion voor de beschadigde huid op basis van verse paardenstront. Zou het iets voor De tuinen zijn? Ze verkopen immers ook slakkenslijm. In hoeverre is de cosmetica erop vooruit gegaan?

J.

J. woont in Zuid Afrika maar is nu voor een korte periode in Nederland en mailt dat ze mijn boek uit heeft. Ze is ouder dan mijn moeder en verhaalt over haar miskramen en verloren zoon; diep smeulende pijn aangewakkerd door het lezen van mijn boek.

Ze heeft een bijlage bijgesloten met een hoofdstuk uit haar familieboek. Haar kennende zal ze er even over geaarzeld hebben want J. is zeer bescheiden en beschaafd. Liever dringt zij zichzelf niet op. Een vrouw naar mijn hart. Ik houd niet zo van schreeuwers.

Mijn ogen glijden over de regels en ik beland via 1975 in het jaar 2000. Het leest als een kort verhaal. Haar fragment sluit naadloos aan bij wat ze me eigenlijk had willen zeggen over mijn boek. Ze heeft het begrepen. Meer dan dat.

Mijn boek is merendeel fictie, de miskramen van mijn romanpersonage zijn mij bespaard gebleven. Wel moet ik door J. (ze heeft zes kinderen waaronder een tweeling) ineens denken aan dat ik met twee in de buik van mijn moeder zat, maar alleen ik mocht blijven leven. Soms vind ik het vreemd, dat ik eigenlijk een tweeling had moeten zijn maar toch ook weer niet.

In het begin had ik op mijn website staan dat schrijven doet ontmoeten. Iets in die trant. Via boeken kun je communiceren, openen zich deuren die anders gesloten zouden blijven en zet je een stapje in een onbekende wereld die meer vertrouwd blijkt dan je vooraf ooit had kunnen vermoeden.

 

Rookkanaal

Om tien voor half twee betrad ik de OBA voor de radio-uitzending van twee uur. Zes van de zeven afdelingen waren toegankelijk op de vierde na, daar waar ik moest zijn, vanwege een brandlucht. Ik rook niets, misschien een warm gelopen roltrap, maar mocht de verdieping van de radio-opname niet betreden. Enige tijd later verlieten drie brandweermannen het gebouw met een gezicht van komen-we-weer-voor-Jan-Lul  en was een kwartier voor aanvang de ruimte weer toegankelijk voor publiek. Peter de Rijk stapte tegelijk met mij in de lift en zo schoven we toch op tijd aan.

Peter kent het boek door en door, en mij ook, dus het gesprek ging vrij aardig. Tussendoor speelde Anne Roos Rosa de Carvalho (dat is nog eens een naam) haar eigen liedjes achter de piano.  

Weer buiten hing er een zwarte rookwolk achter het Centraal Station. De Leenbakker stond in vuur en vlam.

Hier had een link naar de uitzending moeten staan. Dezelfde avond nog heb ik het archief van Amsterdam FM bezocht. De uitzendingen rouleren daarom moet je snel zijn om een bepaalde uitzending te kunnen downloaden. Toen ik de uitzending van 26 juni 14.00 van kunst&kultuur opende, hoorde ik een geheel andere nieuwsuitzending vol ruis. Vandaag is de uitzending van 26 juni alweer verwijderd van de website Amsterdam FM. Gelukkig hebben we het boek nog.

aanvulling 3 juli: Inderdaad is deze aflevering niet de lucht ingegaan, het moet overnieuw, ik zie het maar als de luxe van een generale.

Radio

Donderdag 26 juni ga ik in gesprek (14.00-14.30) met Peter de Rijk (schrijver, redacteur, journalist en vertaler) in het programma kunst&kultuur bij Amsterdam FM over Het wachthuis.

Lees hier een journalistieke tekst van Peter de Rijk: BNG Nieuwe literatuurprijs 2007. Literair werk van zijn hand zie: Ezra de Haan .

 

Interview 2

Interview in Noord Hollands Dagblad
20 juni 2008/Sonja de Jong

 Klik op afbeelding voor vergroting!

 

Volgende Pagina »