Archief voor september 2007

Betovering

spiegel1.jpg

Rat viert zijn elfde verjaardag. Aan het einde van de middag vlieg ik met Zus naar boven. Zus heeft haar kasten opgeruimd. Ze is afgevallen en wil de te grote maten kwijt.

Of er iets voor Zusje bij zit? Zusje wil soms in een truitje zwemmen. Bij haar hoeft het niet allemaal strak omlijnd

In mijn kledingkast hangt een olijfgroene jurk die haar beter staat en ik vind nog een rok die mij te wijd is. We passen elkaars kleren en even is het alsof er beneden geen visite zit. Er daar geen twee zonen van mij en een dochter en zoon van haar rondlopen. Het is alsof we elkaars kleren lenen om uit te gaan.

We lachen om mijn pantykousjes, vanmorgen in de haast aangetrokken omdat al mijn zwarte panty’s ladders dragen: ‘Ik lijk wel een hoer,’ giechel ik met opgetrokken rok, de witte knieën bandeloos bloot boven de afknellende kousen.

Hoe vertrouwd onze lijven. Langs en om elkaar heen. Stiekem gluren we naar wie er slanker is. Mijn middel, haar polsen en enkels. In ondergoed en pratend over herinneringen die aan haar kledingstukken kleven, trekken stukken van ons leven voorbij. Ik houd een lavendelblauw truitje van haar aan. Slobberend over mijn zwarte shirt. Maar de kleur is kinderlijk klein. Andermans kleding dragen heeft iets van liefde. Iets van horen bijelkaar. In lavendel en olijf staan we zusterlijk voor de spiegel. Dan komt haar man de trap op en is de betovering  verbroken.

Het gewicht van vlees

vlees3.jpg

De halspiegel hing op schouderhoogte. Ze keek naar haar gezicht. Altijd alleen maar naar haar gezicht. Naar de grote ogen en volle mond die zelden lachte. Anders viel je op. Diep haalde Swaen adem. Gans noemden de jongens haar. De jongens, hoe lang was dat al niet geleden? Nog kon ze de piepende remmen van hun fietsen horen die haar klem zetten in een achterafje om de duivel aan te doen. Vanachter de hoge heg zag ze de vlaggetjes al komen. Wat had ze die bananenzadels met die puntige vlaggetjes hoog boven de bagagedragers uit gehaat. Dat stelletje wilden op stalen rossen met bloed in de ogen dood gewenst.

Met haar hoofd was niets mis. Misschien een kin teveel.

‘Je hebt een mooi gezicht, als je nu eens wat…’

Wat een schrale troost. Swaen kuste haar spiegelbeeld vaarwel alvorens de haakjes van haar karbonadecorselet te openen. Het gaf ademruimte. Ze scheurde de vlezen patchwork pofmouwen in stukken. Aan een pees lubberden de onderarmen als twee zojuist geslachte hennen langs de ellebogen naar beneden. Van de hoedenplank graaide Swaen een dun geschakeld bandje weg en haalde haar polsen net zo lang door de draaibank totdat het smalle armbandje paste. Inmiddels maakte haar middel een mooie curve naar binnen toe. Ze trok de kale kippetjes tot aan de schouders op, sneed ze van de pezen en legde een zwanenhals bloot. Als afsluiter ritste ze de benen open en stroopte die in zacht rubber naar de enkels toe om uit te kunnen stappen, het overtollig vet bij de paraplu’s en armkwabben in de doofpot stoppend. Haar sloffen maakten plaats voor elegante schoentjes. Ze was klaar om uit te gaan.

De doofpot trilde na. Verzwaard met dertig kilo bil. Vijftien de stuk. Toen ze nog had durven kijken, in een handspiegeltje achterstevoren voor een passpiegel, had ze nooit haar rug gezien. Niet het rossige, golvende haar tot over de schouderbladen, de naar verhouding goed gevormde kuiten. Ze bestond alleen uit bil en been. In die tijd was ze honderddertig schoon aan de haak. Nu moest het meer zijn. Maar zodra ze de deur achter zich dicht trok, woog ze eenenzestig kilo. Waren haar benen oneindig lang. Liep er met gesloten knieën een kiertje licht tussen de dijen door. Droeg ze een m in zijden ondergoed. Dacht men dat ze aan ballet deed zo sierlijk als zij zich over straat bewoog. Gehuld in een cirkel van tule fabuleerde Swaen een pas de deux met haar schaduwbeeld. De passen op de bal van haar voet raakten nauwelijks de grond. Zonder stekende blikken at ze een sorbet op een overvol terras en staarde naar vrouwen in allerlei soorten en maten.

Buiten keek ze naar billen. Rond, plat, groot, klein, stevig en slap maar vooral naar dik. Dikke vrouwen die zich bevrijd voelden in strakke spijkerbroeken, stevig ingesnoerd met lederen Strass riemen waardoor buiken over ruggen doorliepen en zich rijkelijk boven het denim uit plooiden. Die ze bewonderde maar tegelijkertijd verafschuwde. Net zoals de ranke meisjes met een kuil in hun buik. Die wezen op een rib en verzuchtte niets te kunnen eten. De gesprekken die ze opving over het uitwisselen van lichaamsgewicht. Niets was intiemer dan de cijfers van het menselijk vlees. Zeker als het er drie achter elkaar waren. Swaen wilde dat ze haar dwars door alle lagen heen zouden zien. Waarom beauty beinvloeden door de botte cijfers van een personenweegschaal? Vandaag was ze beeldschoon. Liep in bikini als Miss Sweden hooggehakt door de winkelstraat.

‘Hey, vetlap, kijk eens uit waar je loopt!’

In een fractie van een seconde botste Swaen er negenenzestig kilo bij en keerde met gebogen hoofd op verzwaarde holsblokken huiswaarts.

Zwaarder

a9.jpg

Hij is zwaarder geworden. In een maand of twee van 20 naar 23 kilo. Komt het van de medicijnen of de suiker in de voeding waarover ik getwist heb? Hij wordt groot. Een kind van ruim zeven in een lijf dat tien lijkt met gedrag van vijf. Als hij op schoot klimt, voel ik hoe hard hij is geworden. Niet meer zacht en kneedbaar als gummi. Zijn houding is anders. Ik kan merken dat hij met oudere jongens omgaat. Pubers bijna. Ik moet aan hem wennen als hij de voordeur binnenkomt. Een weekendkind als ik de woensdagmiddag niet meereken.

In Ethiopië mochten we je iedere dag een uur bezoeken in het kindertehuis om aan elkaar te wennen. Nu kom je twee dagen en een middagje vanuit de kinderkliniek naar hier en ben ik bang dat we opnieuw zullen vervreemden.

Ik had hem zo eigen gemaakt. Zijn twinkelende ogen. De fijne kroes en beweeglijke handjes. Hij paste in het bad met de zachtgele tegeltjes. Bij de krokodil en zeehond van plastic. Hij hoorde in de badkamer. In het huis. Bij mij. Bij ons. Nu lijkt hij van niemand. Forenst van niemandsland naar niemandsland. Het moet lichter zijn nu hij minder op ons leunt. Maar het weegt even zwaar. Zo niet zwaarder.

Gipsy

gipsy.jpg

filmpje: Gipsy

Soms moest ik met mijn oma mee naar één van haar zussen. Als kind voelde ik me er niet zo op m’n gemak. De poedels waren nog net niet roze en de kleine arbeiderswoninkjes bezaten geen wielen. Maar verder was het een en al kitsch en kon één van de zussen handlezen en op foto’s zien wie van de duivel was bezeten. Ze droegen veel make-up en blouses met ruches en om de gerimpelde vingers ringen met grote stenen. Ik weet nog hoe ik een keer stiekem naar boven glipte om me op een vreemd bed slapende te houden. Ik wilde niet aanwezig zijn. Maar ik kom er niet onderuit. Het zit me in het bloed.

Skakels

Ik kom via Nederlandse Biblioteek Kaapstad op skakels. Wat een prachtig woord voor links. Ik ben dol op Zuid-Afrikaanse poëzie (Ingrid Jonker , Elisabeth Eybers en  Antjie Krog). Een enkel woord kan me al in vervoering brengen. Zomaar een zin uit de bundel UIT EN TUIS van Elisabeth Eybers:

In hierdie halfrond steier die halwemaan
soms kersregop met skietloodmiddellyn.

Kersregop. Daar val ik dan op. Op zo’n woord.

Hoe kom ik vandaag nu in Kaapstad terecht? En nog wel bij de Biblioteek? Vanwege een mailtje van Jacqueline Troost. Zij recenseert in de rubriek: Op de boekenplank, literatuur van Nederlandstalige auteurs.

Ik ben met haar in contact gekomen omdat ze eens Zon in het Haar recenseerde. We blijven een klein beetje contact houden. Skakels zijn belangrijk in het leven.

Aanvulling: Elisabeth Eybers overleden.

Rendez-voet

rendez-voet1.jpg

filmpje: Rendez-voet

Bandy, bandy

bandy-1.jpg

filmpje: Bandy, bandy

Oogvorm

foto-135.jpg

filmpje: Oogvorm

OOG

___schaduw

_____beeld

_______buis

_________water

_______spiegel

_____glas

___bol

VORM

2e Fret

foto-797.jpg

filmpje: 2e Fret

Het was een vreemde tijd
Kater liep op kurk door woestijn
tokkelde fata morgana die Vis
moest zijn van wals naar water

Donkere klankkast van zeer
verborgen achter pijnboomblad
legde met capo op 2e fret
de inborst hoger dan hij zat

Nu speelt hij voor al de dieren
met door zijn lach, een valse slag
op zwaar ontstemde snaren.

Papaja op papier

foto-518.jpg

filmpje: lakenstrand

Manco van papaja op papier.
Wit is de honger van dorst.
Een laatste lach leegt de
schapraai van zinnen

Loop je weg, wist water
de sporen, zingt het nooit
meer in tijd van maan.

Gaan dagen verloren
aan uitgestorven strand,
stapelen schelpen zich stenen
op een kerkhof van hoop.

Volgende Pagina »