Archief voor oktober 2007

Vijf engeltjes

cavias1.jpg 

Het was even voor vieren. Ik stopte schone kleding in zijn koffer en streek nog een mee te nemen dekbed overtrek. Die met de ridders. De deurbel ging. Een meisje hield een tros ballonnen als een boeket in de armen. Haar grote ogen keken vragend op. ‘Heeft u cavia’s? Heeft u huisdieren?’ Vijf stuks: Een tweeling. Nog twee meisjes en een jongetje. Ik aarzelde. Het was zondagmiddag en zoals altijd liep ik op mijn eind.
Zoldergordijn van het staaldraad getrokken, plexiglas uit kledingkast getrapt, houten dino aan diggelen, tekening verknipt, woede uitbarstingen zonder adempauze, scheldpartijen, doodsverwensingen en tussendoor had ik ook nog de slaapkamer gesausd, maar ze stonden er zo lief. Dus ik zei: ‘We hebben twee cavia’s en een hondje. Willen jullie ze soms zien?’ En zo stapten ze met zijn vijven naar binnen. Ze mochten van hun vader geen huisdier.

Hij lijkt niet op u,’ zei een van de tweeling. We zaten gehurkt rondom de hond terwijl Draak voortdurend op mijn rug sprong. ‘Hij komt uit Ethiopië. Zijn moeder kon niet meer voor hem zorgen. Jullie zijn zeker Somalisch?’ Het meisje knikte. Beeldschoon waren ze. Heel beleefd en rustig. ‘Wat doet hij raar!’ zei een van de kinderen over Draak. Ze zei wat ik zag. Hoe hij vijf kinderen overschreeuwde. Zelf kwam ik tot rust temidden van een groepje vreemde kinderen. Ik had zomaar vijf engeltjes aan de deur.

Een lege doos

lege-doos.jpg
In de Kidsweek Junior, weekkrant voor kinderen vanaf zeven jaar (ja, ik ben zeer belezen), las ik dat Paris Hilton (ik google niet naar lege dozen; daar struikel ik per ongeluk over) zich wil laten invriezen. Na haar dood neem ik aan. Al zou ik eerder niet erg vinden. In ieder geval hoopt ze dan later weer tot leven gewekt te worden.

Stel die vrij onderontwikkelde ziel fladdert op een dag uit dat broze lichaam. Als ze het geluk heeft gezond oud te worden met zeg een jaar of 85. Zo’n ziel reïncarneert een aantal keer en als het goed is leert ze bij. Herinnert ze zich Paris al lang niet meer. Zit ze heerlijk gelukkig te wezen in een Afro-Marsman van negentig kilo die werkzaam is in de bolwoningbouw op Mars.

Op een dag heeft de wetenschap het oude lijf van mevrouw Hilton weer mobiel weten te maken en wordt de ziel gewaarschuwd: ‘Hey….je plekkie is vrij! Je kunt er zo intrekken!’ Zou die ziel, inmiddels al een aantal levens verder, in een bejaarde vrouw intreden? Je begint je leven toch liever in een nieuwbouw woning en niet in een al ingestort krot.

Of zou Paris denken dat haar ziel keurig op een wolkje blijft wachten, onderwijl God een kleurspoelinkje aanpratend, tot ze weer naar binnen kan. En zo ja, wat heeft ze daar dan te zoeken? Een vrouw die alleen met de buitenkant bezig is, wil toch niet bij een oude dame naar binnen? Of denkt ze met behulp van de plastic chirurgie voor eeuwig een twintiger te blijven? Ze zal moeten werken voor haar geld en dat is wat anders dan feestjes, feestjes en nog eens feestjes en shoppen en shoppen en parmantig lopen met een cavia-achtig hondje in je handtas. Ze is namelijk geen Paris Hilton meer. Maar een ziel die eens Paris was. Paris is dood. Voor werken kun je jezelf beter een ander lijf wensen. Dat blondje op die breekbare stelten is weinig functioneel voor meer dan een beetje -veel- aandacht vragen voor dat blondje op die breekbare stelten.

Laatst trokken op televisie Europese steden voorbij met het weer van die dag. Een mistig Bazel. Druilerig Kopenhagen. Troosteloos Luxemburg in het eerste ochtendlicht. Grijze huizen in waterdamp gehuld. Je zag geen mens lopen. Alleen de steden van bovenaf gezien. Ik heb het altijd. Als de wereld bij me naar binnentrekt in de vorm van steden die ik niet ken. Landschappen van ver. Talen die ik niet spreek. Dan voel ik mij nietig. Dan knaagt de vergankelijkheid aan mij. Een druppeltje ben ik. Minder nog. Eigenlijk ben ik niets. Het merendeel van de wereld maalt er niet om of ik nu wel of niet besta. In die bleke huizen waande ik de doden. Hun zielen reeds gegaan.

Mensen blazen zichzelf op om groter te lijken. Zodat ze over de hele aardbol te zien zijn. Alsof ze zo hun sterfelijkheid tegen kunnen houden. Maar gelukkig gaan we allemaal dood. Als je veel geld hebt, kun je je laten invriezen. Maar je ziel gaat toch wel. Ieders ziel. En alleen een domoor wil terugkeren naar een uitgewoond huis. Naar een vervlogen ik.

Ik zou het wel weten. Laat mij maar terugkomen in een macho. Een grote gespierde vent. Met armen zo breed als de bovenbenen van Paris. Ga ik lekker een leven lang wijven versieren.

Lonely leopard

lp.jpg

filmpje: Lonely Leopard 

We doen wel
met z’n tweeën
drie
of vijf
het lijf leeft samen
maar achter de ramen
ijsbeert Lonely Leopard
over de touwbrug van het gemoed.

Andere kinderen

foto-1393.jpg 
filmpje 1         filmpje 2

Soms gebruik je een fragment uit de realiteit in fictie. Ik weet nog hoe ik in 2001 brak bij een baby in een wasteiltje. Het jongetje was negen maanden oud. We bezochten het eerste weeshuis van onze zoon die er drie in een jaar had versleten. Pas een paar jaar later begreep ik waarom ik op dat moment brak.

fragment: Het Wachthuis

In de stilte lagen zes of zeven baby’s. Mijn langzame passen werden geschaduwd. Iets trok mij naar omlaag. Ik hurkte neer voor een plastic wasteil. Een klein baasje met een handdoekrol in zijn rug keek naar me op. Hij had me met zijn ogen die me volgden naar beneden gehaald. Zijn handjes vonden steun aan de randen. Hij leek in een roeibootje over het gladde zeil te varen. Greep mijn vingers vast om zijn gezichtje tegen mijn hand te laten vallen. Zijn zachte tongetje draaide rondjes op de huid. Hij liefkoosde met warm babyspeeksel mijn strak gespannen vel. Ik keek omhoog en fluisterde in onverstaanbaar Engels iets tegen de muur. Ik wilde niet huilen. De directrice van het tehuis zou me niet begrijpen. Dit ventje werd immers geadopteerd door een Zweeds echtpaar. Hij was jonger dan Kokeb, een maand of negen, maar kon al een beetje zitten. Zijn hoofdje stond fier rechtop en dat brak mij open. Dat onbekende babyjongetje dat mij voor een moment opzocht. Ik wilde hem meenemen.

Haar ook. Het kaalgeschoren peutertje met de flaporen. Schraal en verlegen zat ze met knokige knietjes in een verkleurd jurkje op de grond. Haar bolletje roodbruin van jodium. Toen we naar buiten gingen, met al de oudere kinderen op de hielen, nam ik haar op schoot. De jongens voetbalden met een prop en ik zat met haar op een tree van de buitentrap. Ze droeg geen onderbroekje. Ik zong Hollandse kinderliedjes over schaapjes en koude winters in de warme middagzon. Even was mijn knie van het meisje, was het meisje van mijn knie.

Op dat moment besefte ik nog niet wat ik aan het doen was. Namelijk mijn liefde verspreiden. Ik durfde me niet enkel en alleen aan Kokeb te hechten. Zijn grauwe huid omsloot als een poreuze hoes de broeierige dood. Onbewust zocht ik naar andere kinderen.

Strandbeesten

Dagelijks worden we door beelden overvallen waarvan anderen zeggen dat ze belangrijk zijn. Beelden van mannen in pakken met monden die maar niet stil blijven staan. Toch zorgen ze nauwelijks voor beweging. Maken ze storm van nietszeggende briesjes. En dan ineens zie je iets waarvan je denkt: Ja! KUNST is heel erg belangrijk. Het zet je aan het denken. Het inspireert. Maakt dat je vooruit wil. De strandbeesten van kunstenaar Theo Jansen en zijn filosofie daarachter laten mij verstommen. Prachtig. Kijk maar. Op Youtube kun je nog meer van hem zien. Ik dacht het al eens vaker: De echte  intelligentsia vind je niet in regeringsgebouwen maar op het strand.

Strandbeesten

Kinetic Animal Sculptures

Zijn Animaris Rhinoceros doet me qua motoriek denken aan het wandelende kasteel uit Hauru no Ugoku Shiro.

Salopette is pet

foto-1384.jpg

filmpje: Salopette

Moedeloos moederloos

Ik lees de VPRO-gids zelden vanwege de tv-programmering. Ik lees bij mijn tussen-de-middag-broodje vaak de artikelen en het forum. In gids 39 staat een ingezonden brief van Mevr.M.J.van Gilst uit Dieren. Ze schrijft:

N.a.v. uw stuk over de schrijfster Rachel Cusk (gids#36): ik sta iedere keer weer verbaasd van het feit dat zoveel getalenteerde vrouwen toch steeds weer in die val van het moederschap trappen. Deze vrouw had zich zonder kinderen geheel onbelemmerd aan het schrijverschap kunnen wijden. Dat is duidelijk haar roeping. Maar terwijl wij vrouwen voor het eerst sinds miljoenen jaren niet meer gedwongen zijn kinderen te baren, moesten er in haar geval weer zonodig koters op de wereld gezet worden, die deze schrijfster flink dwarsbomen in wat eigenlijk haar roeping is.
Vroeger lagen deze zaken heel anders, maar nu ben ik toch geneigd te zeggen ‘eigen schuld, dikke bult’. Ik zelf ben willens en wetens niet aan kinderen begonnen en heb mijn leven prachtig en ongehinderd aan mijn talenten kunnen wijden. Ook nu ik wat ouder ben heb ik er geen spijt van, dat ik de beker van het moederschap aan mij heb laten voorbijgaan.
Waarom denken niet meer vrouwen niet even iets beter na voordat zij aan het moederschap beginnen? Het hoeft niet meer, niemand dwingt ons, al lijkt het moederschap een soort collectieve dwangneurose te zijn.

Ik zou daar als schrijfster die moedert, vrouw die schrijft iets op willen zeggen: Je bent niet voortdurend aan het moederen. De noodzaak om te schrijven komt uit jezelf voort. De ene vrouw zal kinderen willen baren en opvoeden en die levenservaring al dan niet meenemen in het schrijven. Ze zal misschien juist die druk, de strijd om tijd vrij te maken voor het schrijven, nodig kunnen hebben. Of een vrouw kan geen kinderen krijgen en gebruikt die weggedrukte pijn voor het schrijversschap. Weer een ander kiest bewust voor een leven zonder kinderen en heeft zeeën van tijd om te schrijven. Toch durf ik te zeggen dat ze waarschijnlijk niet meer zal schrijven dan de vrouw met kinderen zal doen. Ze zal die zeeën van tijd weer opvullen met andere ervaringen naast het schrijven. Je moet namelijk LEVEN om inhoud te vergaren voor het schrijversschap. De een zoekt naar de oeroude ervaring van het kinderen baren terwijl de ander losbandigheid of avontuur verkiest. Vrouwen (en ook mannen) de vrijheid laten om zelf te kiezen wel/geen kinderen wel/geen carrière na te streven, dat is pas emancipatie. De brievenschrijfster dwingt vrouwen met een bepaald talent geen kinderen te nemen, maar bestaat het talent van vrouwen er juist niet uit dat ze meerdere dingen tegelijk kunnen?