In de
Kidsweek Junior, weekkrant voor kinderen vanaf zeven jaar (ja, ik ben zeer belezen), las ik dat Paris Hilton (ik google niet naar lege dozen; daar struikel ik per ongeluk over) zich wil laten invriezen. Na haar dood neem ik aan. Al zou ik eerder niet erg vinden. In ieder geval hoopt ze dan later weer tot leven gewekt te worden.
Stel die vrij onderontwikkelde ziel fladdert op een dag uit dat broze lichaam. Als ze het geluk heeft gezond oud te worden met zeg een jaar of 85. Zo’n ziel reïncarneert een aantal keer en als het goed is leert ze bij. Herinnert ze zich Paris al lang niet meer. Zit ze heerlijk gelukkig te wezen in een Afro-Marsman van negentig kilo die werkzaam is in de bolwoningbouw op Mars.
Op een dag heeft de wetenschap het oude lijf van mevrouw Hilton weer mobiel weten te maken en wordt de ziel gewaarschuwd: ‘Hey….je plekkie is vrij! Je kunt er zo intrekken!’ Zou die ziel, inmiddels al een aantal levens verder, in een bejaarde vrouw intreden? Je begint je leven toch liever in een nieuwbouw woning en niet in een al ingestort krot.
Of zou Paris denken dat haar ziel keurig op een wolkje blijft wachten, onderwijl God een kleurspoelinkje aanpratend, tot ze weer naar binnen kan. En zo ja, wat heeft ze daar dan te zoeken? Een vrouw die alleen met de buitenkant bezig is, wil toch niet bij een oude dame naar binnen? Of denkt ze met behulp van de plastic chirurgie voor eeuwig een twintiger te blijven? Ze zal moeten werken voor haar geld en dat is wat anders dan feestjes, feestjes en nog eens feestjes en shoppen en shoppen en parmantig lopen met een cavia-achtig hondje in je handtas. Ze is namelijk geen Paris Hilton meer. Maar een ziel die eens Paris was. Paris is dood. Voor werken kun je jezelf beter een ander lijf wensen. Dat blondje op die breekbare stelten is weinig functioneel voor meer dan een beetje -veel- aandacht vragen voor dat blondje op die breekbare stelten.
Laatst trokken op televisie Europese steden voorbij met het weer van die dag. Een mistig Bazel. Druilerig Kopenhagen. Troosteloos Luxemburg in het eerste ochtendlicht. Grijze huizen in waterdamp gehuld. Je zag geen mens lopen. Alleen de steden van bovenaf gezien. Ik heb het altijd. Als de wereld bij me naar binnentrekt in de vorm van steden die ik niet ken. Landschappen van ver. Talen die ik niet spreek. Dan voel ik mij nietig. Dan knaagt de vergankelijkheid aan mij. Een druppeltje ben ik. Minder nog. Eigenlijk ben ik niets. Het merendeel van de wereld maalt er niet om of ik nu wel of niet besta. In die bleke huizen waande ik de doden. Hun zielen reeds gegaan.
Mensen blazen zichzelf op om groter te lijken. Zodat ze over de hele aardbol te zien zijn. Alsof ze zo hun sterfelijkheid tegen kunnen houden. Maar gelukkig gaan we allemaal dood. Als je veel geld hebt, kun je je laten invriezen. Maar je ziel gaat toch wel. Ieders ziel. En alleen een domoor wil terugkeren naar een uitgewoond huis. Naar een vervlogen ik.
Ik zou het wel weten. Laat mij maar terugkomen in een macho. Een grote gespierde vent. Met armen zo breed als de bovenbenen van Paris. Ga ik lekker een leven lang wijven versieren.
Recente reacties