Archief voor november 2007

Van jou

foto-1501.jpg 

filmpje: Van jou

Ingekapseld

energie2.jpg

Als je mij opensnijdt zie je bovenstaande. Je moet dan langs de ingewanden, bloedvaten en beenderen heenkijken maar dan heb je ook wat: Een vrolijk getint doorkijkje. Tenminste dat dacht ik toen ik intuïtief  mooi gekleurde wasblokjes uitkoos om met een strijkbout mijn innerlijk bloot te leggen. ‘Wat denk je zelf?’ vroeg de Energetisch Therapeut wiens open verschijning me naar haar stand had doen lokken. ‘Ik vind het positief ogen,’ was mijn eerste reactie. Mijn opgewektheid had me naar roze, rood, blauw en oranje doen grijpen. Maar we eindigden bij pijn. Weg schilderen of weg schrijven schijnt geen optie. Je mag namelijk best even hinken als je poten pijn doen van al die spijkers op de weg. Pas toen zag ik diep in het blauw een weggedoken figuurtje zitten. Ingekapseld. Versluierd in de schutkleur van schaamte.

Een papieren kind

foto-1487.jpg
Nu ligt het formulier op de tafel van pastoe. In het zicht. Eerder had ik het in het kastje gestopt. Later in de doos die overloopt van de papieren. Zijn papieren. Een papieren kind, schrijf ik in Het Wachthuis. Nooit gedacht dat die papieren huid zich zo zou blijven opstapelen.

Maar ik kan me niet langer verstoppen achter drie maanden. Na drie maanden in een kliniek woont je kind officieel niet meer bij je in huis. Ook al komt hij ieder weekend. Dan moet je een postbusnummer aanvragen. Ik vind het walgelijk. Een kind en een postbusnummer. Ik wil zijn post hier.

Vanmiddag krijgen we te horen dat hij de behandeling ingaat. We weten dat al een poosje. Maar toch. Ook dat er veel moet veranderen wil hij weer fulltime thuis kunnen komen. Aan ouders op afstand kan een kind ook veel hebben. Een kind zoals die van jullie moet je afstandelijk benaderen, hij kan dichtbij niet aan. Ik onderga het maar. Wat ik werkelijk wens; een kind dichtbij, kan toch niet meer. Nooit meer. Vrees ik. In zes jaar tijd heb ik dat leren inzien.

Na vanmiddag moet ik toch echt met het formulier naar de gemeente. Ik weet nog hoe we daar in 2001 stonden. Ik had voor Draak een wit gewatteerd jasje gekocht. Lekker warm en het stond hem zo mooi. Trots was ik om hem in te mogen schrijven als ons kind. Nu moet ik hem uitschrijven. Op papier blijft hij wel ons kind. Op papier ja. Een verscheurd kind.

Overal geweest

drie.jpg      foto-1009.jpg

De kapok van Java doet me bovenop het bed van Rat in een kippenhok belanden. Ik vul zijn kussen bij. Als donsveer stuift en dwarrelt het zaadpluis door de kamer. Met zijn gekakel in mijn hoofd verwacht mijn hand ieder moment verse eieren onder de oude speelgoedhond te vinden. Een zoektocht naar synthetische vlokken had me naar de vliering gebracht alwaar ik op een papieren zak met kapok was gestuit.

Ik roep al weken dat ik de vliering wil uitmesten en begin nu maar gewoon. Door het babypakje met de circusmuts zit ik weer doodziek op de fiets, hoe zwaar de trappers, het ronddraaien, mijn blik op oneindig -op-iets-gewoons-op-iets-van-jonge-moeders; een kruippakje kopen voor een kind. Een helse onderneming. Het was in de tijd dat mijn voeten steeds onder mij vandaan leken te glijden. Ik mis de baby maar mezelf niet. Mijn God wat was ik oud.

De oude filmcamera. In zwart/wit dribbel ik naar de waterpomp in Dwingeloo, om mijn bolle peuterbuik onder een zielig straaltje water te houden. Het opwindbare baby-popje. Oud servies. De roze theepot van een vriendin. We hielden theepartijtjes zonder onze moeders.

Rat komt bij me zitten. Hij past een babymuts en zegt dat hij de gebreide bedsokjes van zijn inmiddels overleden omi wil bewaren voor zijn eigen kinderen. Zo bovenin de nok kom ik overal. Het verleden loopt over in de toekomst.