Archief voor 16 januari 2008

Waar ze was

ster.jpg

Elf. Mijn witte nachtjapon was te dun voor de koude wind. Ik zat op mijn hurken in een Hongaars landschap en keek uit over een meer. Aan de overkant stond een houten schip in de steigers. Een drakkar met het paard van Troje op de stevens. Het begon te schemeren. De witgekalkte huizen strak uitgetekend in krijt langs het water werden grijs. Ineens kapseisde het schip en viel op de druk bevolkte kade, nam mensen en kleine woonboten mee in de val. Als mieren kroop men onder het puin vandaan. Maar ik had gezien hoeveel er bedolven werden. Dood moesten zijn. Toen begonnen Duitse soldaten in uniform op alles en iedereen dat nog bewoog te schieten. Ik rende de  heuvel op en kwam in een dorp met nauwe straatjes. Een getto vol schimmen. Ineens trok iemand mij de hoek om. Het was oma. ‘We moeten ons verstoppen,’ zei ze. Ik zocht mijn vader maar alleen oma was daar. Al de donkere hoeken en gaten waren opgevuld met mensen die zich schuil hielden. Ik keek oma vragend aan. Zij pakte mijn hand en samen vlogen we in een rechte lijn omhoog en bleven als een witte energieveeg boven de huizen hangen. Bij het eerste licht liet ze mijn hand los en zei dat ik terug moest gaan. Oma bleef waar ze was.

Vandaag belde ik met mijn moeder. Over hoe het met oma ging.