Archief voor 20 februari 2008

Veerkracht

veer.jpg 

Daar waar het gras vochtig was, met plukken gemaaid bruin bestrooid en je voeten nog warm van najaar, broeide de aarde. Gehurkt raapten de vrouwen veertjes en herinnerden zichzelf negen. Hoe ze ook. Altijd samen. Zij zou als eerste veertig en daarna Jolien. Jolien schreeuwde iets over een feestje. Zoals altijd zat Ief lijdzaam in het schaduwbeeld van een zonnige Jolien met uitzicht op een speels bh bandje rond een blote schouder. Zij zou kijken hoe Jolien zou dansen en in stilte haar eigen jaren tellen. ‘Als je van binnen wordt gekrabd, zien ze niet dat het zeer doet!’ zei ze ineens tegen haar vriendin die de schrammen van de braamstruiken op haar armen bekeek.
‘Wel bij jou Ief.’
‘Bij mij?’
‘In jouw blik roest het eeuwige geduld.’
‘?’
‘Ik zie een long, vishaak en dan scherpte in het been.’
‘Scherpte in het been?’
‘Versplintering. Allemaal kleine stukjes. Versteende scherfjes.’
‘Dit doet pijn.’
‘Dat doet pijn. Je kunt beter eens een keer schreeuwen als hij…’
‘Als hij wat?’

Jolien zweeg en bukte. Tussen duim en wijsvinger hield ze een wit donsveertje omhoog.
‘Zie je hoe zacht en kwetsbaar? Net zoals jij!’
Ief keek en bolde haar wangen om tegen het pluizige dons aan te blazen.
‘Breek het dan, als je kan!’
Jolien boog de korte schacht een paar keer dubbel om het daarna los te laten. Het veertje danste op de wind zoals zij straks zou dansen op de dag van veertig en Ief, dan al een week veertig, kaarsrecht tegen de witte muur volkomen misplaatst als rode zuring in het projectielicht van jeugd dia’s op techno-beat. Niet kapot te krijgen.