In de krappe cd-zaak met een ruim assortiment aan wereldmuziek glijden mijn handen tussen het stapeltje ‘Afrika’ door. Mijn gevoel heeft me ingefluisterd dat hier een cd te vinden is met uitsluitend Ethiopische muziek, ook al zegt het thuisfront dat het-er-toch-wel-niet-zal-zijn. Dan herken ik de Amhaarse lettertekens en lees: Minyeshu Dire Dawa. Hebbes! Ik vraag aan de verkoper of het vrij oorspronkelijk is, dat wil zeggen zonder Westers sausje. Als ik ergens een hekel aan heb is het aan zo’n dwingeland van een synthesizertje die een pact met een koud computerbeatje heeft gesloten om tezamen de wereldklanken te verkrachten. De gedreven verkoper vertelt dat Minyeshu Kifle Tedla deze of volgende week bij de VPRO te horen is bij Vrije Geluiden en dat het heel puur is en of ik wil luisteren. Dat wil ik.
Ik zet de koptelefoon op en al bij de eerste tonen van Halafi nen kealem voel ik mij weer met beide voeten op Ethiopische grond staan. Bij de dansers en live muzikanten en sterke koffie in kleine glazen. Langzaam beweeg ik mijn hoofd mee. Ineens bemerk ik hoe mijn keel zich dicht knijpt. Ik slik even om te voorkomen dat mijn ogen vochtig worden. Ik ben hier om muziek te kopen om te draaien tijdens mijn boekpresentatie. Dat is leuk om te doen. Thuis hebben we verschillende Afrikaanse cd’s, maar cd’s met uitsluitend Ethiopische muziek zijn schaars.
Nu sta ik in een kaasstad zachtjes te bewegen op Ethiopische klanken en begin bijna te huilen. Ik besef ineens dat ik naast het vooruitzicht op een persoonlijk feestje ook een boek heb geschreven over het verlies van een kind. En over hoe overweldigend Ethiopië in een week tijd over me heen is gekomen. Hoe ik de mensen, de geluiden en geuren in me op heb genomen en me bevoorrecht voelde om zo’n mooi kind mee te mogen nemen. Hoe ik mijn pijn voor het beschadigde kind voortdurend moet onderdrukken omdat we toch door moeten, wij allemaal. En dat allemaal bij de eerste inzet van Minyeshu Kifle Tedla.



Recente reacties