Mijn buurjongen studeert eind mei af aan het conservatorium als toetsenist. Af en toe hoor je eens een musicalmeid door de zoldermuur heen blèren maar voor de rest studeert hij vrij beschaafd. Ik mag zijn blèr microfoon lenen voor as zondag. ‘Als je nou ff ’s avonds langs komt, dan leg ik je de aansluiting uit…’ aldus Bas de toetsenist, bang dat ik anders de, van eigen geld gespaarde, apparatuur in één keer op zal blazen.
Zo komt het dat ik bij mijn buurtjes een snelcursus microfoon-beheersing volg. Ik leer dat ik de microfoon bijna op moet eten omdat het een zang-microfoon betreft, krijg een lesje in rondzingen en moet de buurjongen op het hart drukken alle knoppen (zeker het volume) uit te laten alvorens de stekker in het (geaarde) stopcontact te steken. Bas laat me de microfoon-standaard inklappen, vertelt over een galm, een brom en hoe ik de bas uit mijn stem kan filteren of koud als metaal kan klinken en dat voor de box gaan staan uit den boze is (ik zeg hem bevroren achter-mijn-boek-achter-de-box te zullen staan en geenszins van plan te zijn als een rapper rond te stuiven). Mocht ik as zondag nu toch gaan rondzingen of piepen of brommen of iets laten ontploffen, het ligt niet aan de toetsenist van hiernaast.

0 Reacties tot “Rondzingen”