Archief voor juni 2008

J.

J. woont in Zuid Afrika maar is nu voor een korte periode in Nederland en mailt dat ze mijn boek uit heeft. Ze is ouder dan mijn moeder en verhaalt over haar miskramen en verloren zoon; diep smeulende pijn aangewakkerd door het lezen van mijn boek.

Ze heeft een bijlage bijgesloten met een hoofdstuk uit haar familieboek. Haar kennende zal ze er even over geaarzeld hebben want J. is zeer bescheiden en beschaafd. Liever dringt zij zichzelf niet op. Een vrouw naar mijn hart. Ik houd niet zo van schreeuwers.

Mijn ogen glijden over de regels en ik beland via 1975 in het jaar 2000. Het leest als een kort verhaal. Haar fragment sluit naadloos aan bij wat ze me eigenlijk had willen zeggen over mijn boek. Ze heeft het begrepen. Meer dan dat.

Mijn boek is merendeel fictie, de miskramen van mijn romanpersonage zijn mij bespaard gebleven. Wel moet ik door J. (ze heeft zes kinderen waaronder een tweeling) ineens denken aan dat ik met twee in de buik van mijn moeder zat, maar alleen ik mocht blijven leven. Soms vind ik het vreemd, dat ik eigenlijk een tweeling had moeten zijn maar toch ook weer niet.

In het begin had ik op mijn website staan dat schrijven doet ontmoeten. Iets in die trant. Via boeken kun je communiceren, openen zich deuren die anders gesloten zouden blijven en zet je een stapje in een onbekende wereld die meer vertrouwd blijkt dan je vooraf ooit had kunnen vermoeden.

 

Rookkanaal

Om tien voor half twee betrad ik de OBA voor de radio-uitzending van twee uur. Zes van de zeven afdelingen waren toegankelijk op de vierde na, daar waar ik moest zijn, vanwege een brandlucht. Ik rook niets, misschien een warm gelopen roltrap, maar mocht de verdieping van de radio-opname niet betreden. Enige tijd later verlieten drie brandweermannen het gebouw met een gezicht van komen-we-weer-voor-Jan-Lul  en was een kwartier voor aanvang de ruimte weer toegankelijk voor publiek. Peter de Rijk stapte tegelijk met mij in de lift en zo schoven we toch op tijd aan.

Peter kent het boek door en door, en mij ook, dus het gesprek ging vrij aardig. Tussendoor speelde Anne Roos Rosa de Carvalho (dat is nog eens een naam) haar eigen liedjes achter de piano.  

Weer buiten hing er een zwarte rookwolk achter het Centraal Station. De Leenbakker stond in vuur en vlam.

Hier had een link naar de uitzending moeten staan. Dezelfde avond nog heb ik het archief van Amsterdam FM bezocht. De uitzendingen rouleren daarom moet je snel zijn om een bepaalde uitzending te kunnen downloaden. Toen ik de uitzending van 26 juni 14.00 van kunst&kultuur opende, hoorde ik een geheel andere nieuwsuitzending vol ruis. Vandaag is de uitzending van 26 juni alweer verwijderd van de website Amsterdam FM. Gelukkig hebben we het boek nog.

aanvulling 3 juli: Inderdaad is deze aflevering niet de lucht ingegaan, het moet overnieuw, ik zie het maar als de luxe van een generale.

Radio

Donderdag 26 juni ga ik in gesprek (14.00-14.30) met Peter de Rijk (schrijver, redacteur, journalist en vertaler) in het programma kunst&kultuur bij Amsterdam FM over Het wachthuis.

Lees hier een journalistieke tekst van Peter de Rijk: BNG Nieuwe literatuurprijs 2007. Literair werk van zijn hand zie: Ezra de Haan .

 

Interview 2

Interview in Noord Hollands Dagblad
20 juni 2008/Sonja de Jong

 Klik op afbeelding voor vergroting!

 

Interview

‘Heb je nog meer boeken?’ vraagt de fotograaf.

‘Op zolder.’

‘Op zolder?’

‘Ja, dat is mijn werkterrein.’ Ik ren naar boven, vraag me af wat hij met zoveel boeken wil, en kom met de doos recensie-exemplaren weer beneden.

‘Mooie tafel,’ zegt hij.

‘Ja, een pastoe, gekregen van een oude vriendin van mijn moeder.’  Die tafel gaat ook nooit weg. Het is een speciaal ontwerp, uit de jaren twintig/dertig. Daar waar de kinderen zitten, schemeren boodschappenlijstjes en vorktekeningen door in de gele lak. Hoe vaak ik ook roep: ‘Jongens, leg er iets onder als je aan tafel schrijft!’  

 De fotograaf waaiert de boeken rechtop over tafel uit en legt er een paar plat. Als een bouwvakker moet ik mijn arm om de boeken heenslaan. Liever heb ik een ingetogen, bescheiden portretje maar ik durf niet te protesteren. Thuis laat ik de huistekenaar altijd portretjes maken. Zo ook voor de omslag. Dan kan ik zeuren over; mijn kop die te bol belicht wordt, mijn samengeknepen ogen die me op een inuit doen lijken of een lach als die van een boer met kiespijn, maar nu moet ik het met een paar knippen doen op hoop van goede zegen. Ik denk dat ik er op sta als een bouwvakker die van plan is om met een stapel boeken een muurtje te gaan metselen. Van mijn mooi gebloemde rok is niets te zien.

De dame die me interviewt is vriendelijk en beschaafd. Ze heeft het boek gelezen en stelt de juiste vragen. Ik zet een kopje bloementhee en ga van babbeldebabbeldebabbel en ben doodsbenauwd over wat er straks van al dat gebabbeldebabbeldebabbel samengesteld gaat worden.

‘Mag ik het voor publicatie nog inzien?’ vraag ik als ze gaat.

‘Dat mag. Maar alleen op feitelijke onjuistheden.’

Ze vraagt of ik beroemd wil worden.  Tegenwoordig is dat een vak op zich geloof ik. ‘Liever niet,’ antwoord ik. Ik ben zo slecht in interviews.

 

Bouquet garni

Ik hield me vandaag op in de kruiden en wandelde verder in de negentiende eeuw rond, in een jakje en op bottines, vanwege een nieuw te schrijven novelle, as dinsdag komt er een journaliste van de krant, ik kreeg een mail uit Nederland van iemand uit Kaapstad (?) die daar voor de bibliotheek werkt, en mijn wasmachine maakt het wel erg bont want draait op volle toeren vanwege mijn oudste die steeds zijn oranje shirt aan wil moet. Zo, u bent weer even bij.

Centrum aan zee

Vroeger reed ik er langs, ving de naam als een vis in een net met veel te grote mazen. Maar nooit kwam ik in het centrum. In het hart. Nooit eerder stond ik stil bij die stad aan zee. Ik had mijn eigen zee. De zeehonden op de razende bol en de alikruiken die we lospeuterden tussen de basaltblokken van de pier, donkere septemberbramen en de kluft af over het schelpenzand langs de geurende rozen. Dat was hier. Niet daar. Dat daar was zomaar een stad zoals zovelen.

Maar op een dag, als je al lang niet meer in een gebloemd stretchbroekje door een kuil van opgewarmd zeewater spettert en ondertussen een andere stad bewoont waar niet iedere straathoek van betekenis is en je voor de zee een stuk moet rijden, kun je zomaar van een vreemde stad gaan houden.

Dan weerkaatst de zon in een stuk rails jouw gezicht, met tussen de straatstenen een paardenbloem die zich niets aantrekt van het verkeer, ook al was je er niet geboren. En als dan in het blauw van een bord zichtbaar wordt hoeveel kilometers er achter je liggen tussen jou en die vreemde stad is het alsof je het ouderlijk huis verlaat, je de net geplukte bramen hebt laten liggen. Dat kan. Als daar iemand in jouw centrum woont.

Artikel in Duet

In Duet, het magazine van Stichting Afrika , staat een recensie van Het wachthuis, geschreven door de boekenredactrice Sonja van Arem-van Santen.
Om te lezen, klik de volgende link aan:  Artikel in Duet