Draak is voor negen dagen thuis. Op maandag zet ik hem voor een film en vlecht zijn haren. Zijn broer Rat kampeert op Texel. Het weekend duurt al vier en een halve dag. Het is voor het eerst sinds tien maanden dat Draak zo lang achtereen weer thuis is.
Zo één op één en sinds de medicatie is het goed te doen. Hij is veranderd. Enorm vooruit gegaan sinds het messen zwaaien. Maar een hoop blijft ook hetzelfde. Na een middag van veelvuldig opvliegen en vloeken leg ik hem op de massage-tafel. Ik zie dat zijn tengere lijf gespierder is geworden. Soms lijkt hij een kleuter en dan ineens weer acht. Maar het lijf groeit door.
Draak is een mooi kind. Zijn huid is zacht en diepbruin. Grote ogen en prachtig haar. Met geurende olie strijk ik rust via zijn rug naar de tenen. Hij giechelt. Het kriebelt. En ineens hebben we het over zijn moeder. Zijn echte moeder. Ik moet denken aan de dag daarvoor. Ik dacht dat hij het gas hoger had gedraaid waardoor de aardappels waren verbrand…maar twijfelde…zou ik ‘t zelf hebben gedaan?
‘Dat jij je eigen kind niet vertrouwt!’ riep hij boos.
Ik beschuldigde hem niet. Maar vroeg of hij het soms gedaan had. Eigenlijk gaf hij me een groot compliment.


0 Reacties tot “Vuurspuwend Draak(je)”