
foto: Ingmar Hof 29-09-96
Toen het leven mij nog lief toe lachte, keek ik vanuit mijn slaapkamerraam uit op twee knoestige mannenbenen die mooi geproportioneerd de weg naar de hemel wezen. Daar kon je nog eens fijn op in slaap vallen. Deze onderdanen bewoonden in de kracht van hun leven de hoge wilg in mijn voortuin. Vanaf de eerste verdieping lokten zij mij, licht gespreid en heel uitdagend, naar het open raam. Okay, wel ondersteboven in een heel wonderlijk standje maar een dagdromer doet daar niet moeilijk over. Kneep ik mijn ogen tot spleetjes, sprak de verdikking tussen beide stammen tot de verbeelding. De zacht bemoste schaamstreek deed de boomman nog beter aarden in mijn fantasie.
Afgelopen vrijdag moest van de buurman mijn boomman er aan geloven. Zijn linkerbeen werd tot aan de lies geamputeerd. De huistekenaar had zijn minder fraaie benen om de stam geslingerd en zaagde wreed mijn droombeeld in twee. Zouden beide mannen onzeker zijn geworden vanwege het uitzicht op twee benen waarbij hun eigen staken schril afsteken? Vanmiddag veegde ik de laatste been boomresten op en durfde niet omhoog te kijken.
Als ik nu ’s avonds de gordijnen sluit, meen ik in het donker een zachte snik te kunnen ontwaren en werp een verontschuldigend kushandje naar de schaduw voor mijn raam.

0 Reacties tot “De boomman”