Archief voor september 2008

Niet denken


filmpje (gedicht): Niet denken (regel aanklikken)

Boekrecensie Wereldkinderen

Mijn altijd zeer attente vriendin Sonja stuurde me een boekrecensie op van Het wachthuis. De recensie is te lezen in het septembernummer-2008- van het Wereldkinderen magazine. Daar ben ik blij mee want het betreft een veelgelezen blad in de adoptiewereld. Toen ik zelf nog aspirant-adoptiefouder was, heb ik het blad vele jaren gelezen terwijl Wereldkinderen niet voor ons bemiddeld heeft. Tijdens het wachten heb je veel informatiehonger. Het blad van Wereldkinderen snoept door de veelzijdige informatie gevoelsmatig wat van de wachttijd af.

Ik vind het een eerlijke en objectieve recensie (van Natasja Everink):

Klik op de afbeelding voor vergroting!
(voor de leesbaarheid de pagina op 150% zetten)

Organische videokunst in pink

Vandaag zag ik een wel heel mooie filmflinter. Van een uitgeholde worm die zich organisch een weg omhoog kronkelde naar een onzichtbaar eind. Er ging geen cam maar een micro-camera een stukje mijn darm door. Het beeld fascineerde mij zo dat toen ik werd gewaarschuwd voor een naderende bocht, die pijnlijk kon zijn, ik nauwelijks iets voelde. Ik concentreerde mij alleen op die inwendige reis en vergat mijn buik. Bij lichamelijk onderzoek ‘hang’ ik altijd even boven mijn lichaam. Heel dicht op de huid. Als een zachte schaduwdeken naar mijn contouren. Uittreden kan een vorm van pijnbestrijding zijn. Toen de arts begon over pijn keerde ik terug in mijn lichaam en voelde ineens iets onaangenaams, gauw floepte ik bij mezelf vandaan en keek opnieuw naar organische videokunst in pink  en vond mezelf beeldschoon daar van binnen. En daar draait het ook om. Om die binnenkant.

The return of the filmflinter

filmpje: Regenbui (regel aanklikken)

Ik heb m’n spelendingetje weer terug en dan nu eentje met meer trucjes. Op mijn oude weblog plaatste ik regelmatig filmflinters (filmpjes zonder knippen/plakken op de webcam gemaakt met slechts 1 minuut speeltijd, ik kon alleen een beetje met licht goochelen en met scherpte en kleur) ter inkleuring van een gedicht. Dat was haast poppenkast spelen voor de webcam met filters in de vorm van velletjes papier, nylonkousen of het snel heen en weer bewegen van gekleurd glas.

Toen ik van mijn oude Windows laptop naar  Vista verhuisde, weigerde mijn oude Cam daar te spelen. Ik dacht ook wel klaar te zijn met filmpjes. Maar ineens begon ik het te missen. Ook het snel een foto kunnen knippen met de Cam om bij een logstukje te kunnen plaatsen.

Afgelopen donderdag installeerde ik een nieuwe QuickCam die geschikt is voor Windows Vista. Ik snoepte me een ongeluk aan al de effecten maarrrr…het online plaatsen was minder zoet, ik vloekte de dakpannen van de zolder: Waarom comprimeerde het filmpje niet vanzelf zoals bij die oude Cam en waarom kreeg ik die 9 MB niet lager en waarom verdomme ging het niet…iedere boerentrien kan toch een filmpje online zetten! Ik heb ongeveer alles driedubbel aangeklikt en binnenste buiten gekeerd en uiteindelijk werd mijn doorzetten beloond…vanavond kreeg ik hem op m’n weblog.

Ik had natuurlijk gewoon aan mijn nieuwe manuscript moeten schrijven doch ik speel zo graag. Als eerste flinter draag ik een gedicht voor dat ik schreef voor Poezie in het park; Klik bovenstaande link (regenbui) maar aan.

Lessons in love

Als ik Level 42 op de radio hoor, denk ik aan lauwe yoghurt met weke vruchten en aan Ceesie. Aan een warme zomer in Limburg. Het had de perfecte zomer kunnen zijn ware het niet dat mijn ouders mee waren. Naast mijn tent en die van mijn zus stonden de trekkerstentjes van de jongens uit Vlissingen. Overdag moesten we kastelen en botanische tuinen afsjouwen dus waren we maar wat blij met leven in de brouwerij in de vorm van vijf verse jongens die dol op Level 42 waren. En wij waren voor een week hun mascottes.

Het was 1982, de eerste zomer na het uitbreken van mijn diabetes. Het dieet was nog streng en ik at magere yoghurt met flauwe druiven en kersen op sap. Suikervrij voer uit een pot voor één persoon. Ceesie leerde voor kok en wilde dat wel eens proeven. Ik liet hem van mijn lepel happen en zag zijn gezicht vertrekken terwijl hij zei: ‘Mmmm…best lekker.’ Ik stak de lepel weer in mijn eigen mond en at mijn beker leeg. Verder dan deze intimiteit is het nooit gekomen. Als een rottweiler waakte mijn vader over zijn puppies. Ook mijn zus van zeventien mocht niks. We mochten wel naar ons eerste concert. Beneden in het dal stond een enorme partytent en daar speelde Powerplay. Weet je nog Francina? Hoe bleu we buiten het bereik van pa zonder bier vooraan stonden en simpelweg gelukkig waren?

De zomer daarop troffen we minder aardige jongens. Die de een dronken voerde en de ander….ineens begreep ik mijn altijd bezorgde en dus strenge vader.

End of the spear

Achterover geleund op de bank zapte ik me gisteravond de jungle in. In mijn proza mag ik lezers graag midden in een verhaal droppen dus het missen van de inleiding van een film zou voor mij geen probleem mogen zijn. Ik kan niet ontkennen dat het meespeelde dat een van de hoofdrolspelers, Mincayani (acteur Louie Leonardo), een streling voor het oog is en mij in het begin mede aan de buis gekluisterd hield. Maar wat me echt het verhaal introk, was de miscommunicatie tussen de Woadani (agressieve stam in de jungle van Ecuador) en de missionarissen.

Missionarissen heb ik nooit begrepen, de arrogantie alleen al om te denken dat hetgeen waar je in gelooft voor de hele mensheid moet gelden, maar in deze film vind ik het begrip voor de denkwijze van de Woadani redelijk in balans met die van de missionarissen. Chapeau EO!

Gehurkt bij zijn dode dochtertje (omgekomen door een boa) zegt Mincayani: ‘Sterven is niet moeilijk. Als je maar over de grote boa kunt springen. Maar zij is nog zo klein, kan zij al wel over de grote boa springen?’  Zijn stam gelooft dat je door het doden van krijgers kracht verzamelt om na je sterven over de grote boa te kunnen springen (is dat wezenlijk anders dan een hemelpoort, de eeuwige jachtvelden enzovoort?). Als je niet over de grote boa kunt springen, blijf je op/onder de grond en verword je tot een termiet (wat is het verschil tussen een hel van eeuwig branden of die van witte mier onder de grond). De stam is bang dat als ze niet meer mogen doden (wat de missionarissen over willen brengen) ze na hun dood allemaal termieten zullen worden. Zoals de Christenen het winnen van zieltjes zien als een stap dichter bij de hemelpoort zo zien de Woadani het doden van de vijanden als springkracht naar het hiernamaals. Het wijkt maar een nuance af ;-) !

Hoe belangrijk lichaamstaal naast spreektaal is, blijkt wel uit de scene waarin de missionarissen worden afgeslacht. Misschien hadden de missionarissen zich meer op de lichaamstaal moeten richten in plaats van geforceerd iets van de inheemse taal te willen begrijpen. En omgekeerd geldt dat eveneens voor de Woadani. Het beslissen over leven en dood zat hem in een enorme miscommunicatie. Maar de mensheid is een dom volkje. Elkaar goed verstaan doen we nog steeds niet.

De film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Na afloop zie je beelden van de missionaris-zoon die met de echte Mincayani Amerika bezoekt. Mincayani vindt de Amerikanen enorm dik en dat komt volgens hem omdat ze niet met hun benen lopen en al het eten er opgestapeld ligt te wachten. Samen met de missionaris-zoon bezoekt hij een supermarkt:
‘Aan het begin staan allemaal jonge mensen die niet naar je lachen als je langsloopt. Als je dan met al het eten bij ze terugkomt, lachen ze naar je en kun je het eten zo meenemen.’  Waarop de missionaris-zoon zijn creditkaart ophoudt en zegt: ‘Ja, maar je moet ze wel eerst dit geven!’  Mincayani’s reactie: ‘Maar dat krijg je gelijk weer terug!’
Weer thuis in Ecuador beklaagt Mincayani’s vrouw zich over hem omdat hij zo dik is geworden in Amerika. En dat als ze hem vraagt om te gaan jagen hij lui in een boom blijft hangen. De mens is snel verpest.

Kortom sluit dit druilerige  weekend in het regenwoud af met End of the spear, je zult even niet meer klagen over een Hollands buitje.

Voor als je net (zoals ik) graag films bekijkt die meer natuurgetrouw inheemse volkeren belichten, is Black robe uit 1991 eveneens een aanrader. De scene waarin de Jezuiet met de broek naar beneden over de rand van de kayak hangt om zijn behoefte te doen, terwijl de peddelende Hurons daar hard om lachen, staat mij nog helder voor de geest. Dat zul je Kevin Costner niet snel zien doen.

Dat kan wel wachten!

Ik zit in de wachtkamer van de chirurg een Mannenblad te lezen. Daar wordt minder in getrut dan in de Damesbladen die me doen gapen vanwege al de cosmetische adviezen, hebbedingetjes die je niet nodig hebt, problemen over vreemdgaan, het zoveelste dieet en wat zo meer.

Deze ochtend heb ik mijn eerste taiji qigong les gevolgd en in het blad staat wel een heel appetijtelijke man in een taiji qigong pose. Nu lijk ik even op een damesbladlezeres maar heus, het gaat mij om het artikel -dat kan toch geen toeval zijn- zo pal voor mijn neus. Tegenover me zit een dame van middelbare leeftijd. Ze heeft een koffertje op tafel staan met nog een handtas en gebruikt de tafel in de wachtkamer als privé-bureau. Ze zou het goed doen in een Damesblad. Een vrouw zoals Cisca Dresselhuys ze graag ziet. Ik heb maar een klein stukje tafel nodig. Het hindert mij niet. Ik denk hoogstens: Wat heeft u te bewijzen?  Ik gebruik het wachten in een wachtkamer altijd om lekker uit te zakken. Ik zie mezelf niet snel zitten met mijn laptop en de Wolters al schrijvende aan een roman om dan steeds om me heen te kijken of de anderen wel zien dat ik heus een leven heb naast het wachten hier. Maar er zijn mensen die dat heerlijk vinden. Zo ook de dame. Geen flauw idee wat ze doet. Het lijkt of ze een pakket onbeschreven kopieerpapier aan het bestuderen is. De leegte is van haar af te lezen. Ze staat ook steeds op voor een loopje naar-nergens-heen.

Iemand anders wordt binnen geroepen en aan haar wordt verteld dat ze hierna aan de beurt is. Ze kijkt alsof ze verbaasd is nog langer te moeten wachten. Zelf toon ik nooit haast in een ziekenhuis en dat maakt dat ik altijd snel en vriendelijk geholpen word. De middelbare dame gaat nog maar eens koffie halen in haar beige broek en graait wat met haar handen door de papieren op de zich toegeëigende tafel. Ik krijg niet het idee dat ze werkt. Ze voert een showtje op. Zijn er overigens belangrijkere dingen dan je gezondheid? Dan mag ze naar binnen. Ze pakt haar tasje en koffertje in en loopt als begeleider van de nurse practitioner mee in plaats van omgekeerd. Binnen een paar minuten staat ze alweer op straat in de wachtkamer. Helaas hoefde ze niet uit de kleren. Zonder kleding zijn we zo hetzelfde. Het is mijn beurt. 

Ik kom voor een eenvoudige ingreep aan mijn darm en er wordt nu doorgesproken hoe dat over drie weken zal gaan gebeuren. Als ik later weer bij de balie sta, hoor ik dat de nurse practitioner aan de medisch secretaresse toevertrouwt dat de middelbare dame een uur na haar afspraak binnen was komen wandelen, omdat ze nog ergens anders heen had gemoeten, maar vond dat ze gelijk geholpen moest worden. Die houding had ik al afgelezen aan haar semi-interessant-doenerij achter de tijdschriftentafel.

Ik ga  op m’n gemakje een folder over een lege darm en diabetes voor een ingreep scoren (die pas om drie uur ’s middags plaatsvindt; hoe doe je dat zonder flauw te vallen?) en bedenk me dat ik gedurende het wachten ongezien een logje heb geschreven met mijn buideltasje dichtgeknoopt op de grond naast mijn stoel. Zo kan het ook ;-) !

Werk in wording

 

Ik heb inmiddels 8.138 woorden en zo’n 41 pagina’s. Ben zo op eenderde gok ik. Het groeit gestaag. Als een breiwerkje komt er steeds een lapje tekst aan. Ik werk bewust klein. In korte stukjes. Omdat ik nauwkeurig wil zijn. Ik mag geen gaten laten vallen. Dit zijn de eerste steken van het verhaal (die ik overigens altijd weer uit kan halen):

Het was een warme dag, de geur van vers bloed met vislucht van het kooksel, deed Aleida steun zoeken tegen de deurpost. Door de ogen van een varken bezag ze de andere kant van het vlees. Vader trok haar de bijkeuken in en duwde haar bovenop de opengesperde spleet van de vetgemeste zeug. Naast de achterdeur krijste de geketende beer van Molière als een mager speenvarken aan de ring in de muur. Vader beende naar buiten, tilde de staart op en wees naar wat daar onder hing: ‘Dat gaat stokstijf in de zeug en daar krijgt ze kinders van!’ Zonder er nog een woord aan vuil te maken liep hij weer naar binnen en goot een ketel kokend water uit over het levenloze dier om zwijgend met een schraapijzer de haren van het vel te krabben.