Achterover geleund op de bank zapte ik me gisteravond de jungle in. In mijn proza mag ik lezers graag midden in een verhaal droppen dus het missen van de inleiding van een film zou voor mij geen probleem mogen zijn. Ik kan niet ontkennen dat het meespeelde dat een van de hoofdrolspelers, Mincayani (acteur Louie Leonardo), een streling voor het oog is en mij in het begin mede aan de buis gekluisterd hield. Maar wat me echt het verhaal introk, was de miscommunicatie tussen de Woadani (agressieve stam in de jungle van Ecuador) en de missionarissen.
Missionarissen heb ik nooit begrepen, de arrogantie alleen al om te denken dat hetgeen waar je in gelooft voor de hele mensheid moet gelden, maar in deze film vind ik het begrip voor de denkwijze van de Woadani redelijk in balans met die van de missionarissen. Chapeau EO!
Gehurkt bij zijn dode dochtertje (omgekomen door een boa) zegt Mincayani: ‘Sterven is niet moeilijk. Als je maar over de grote boa kunt springen. Maar zij is nog zo klein, kan zij al wel over de grote boa springen?’ Zijn stam gelooft dat je door het doden van krijgers kracht verzamelt om na je sterven over de grote boa te kunnen springen (is dat wezenlijk anders dan een hemelpoort, de eeuwige jachtvelden enzovoort?). Als je niet over de grote boa kunt springen, blijf je op/onder de grond en verword je tot een termiet (wat is het verschil tussen een hel van eeuwig branden of die van witte mier onder de grond). De stam is bang dat als ze niet meer mogen doden (wat de missionarissen over willen brengen) ze na hun dood allemaal termieten zullen worden. Zoals de Christenen het winnen van zieltjes zien als een stap dichter bij de hemelpoort zo zien de Woadani het doden van de vijanden als springkracht naar het hiernamaals. Het wijkt maar een nuance af
!
Hoe belangrijk lichaamstaal naast spreektaal is, blijkt wel uit de scene waarin de missionarissen worden afgeslacht. Misschien hadden de missionarissen zich meer op de lichaamstaal moeten richten in plaats van geforceerd iets van de inheemse taal te willen begrijpen. En omgekeerd geldt dat eveneens voor de Woadani. Het beslissen over leven en dood zat hem in een enorme miscommunicatie. Maar de mensheid is een dom volkje. Elkaar goed verstaan doen we nog steeds niet.
De film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Na afloop zie je beelden van de missionaris-zoon die met de echte Mincayani Amerika bezoekt. Mincayani vindt de Amerikanen enorm dik en dat komt volgens hem omdat ze niet met hun benen lopen en al het eten er opgestapeld ligt te wachten. Samen met de missionaris-zoon bezoekt hij een supermarkt:
‘Aan het begin staan allemaal jonge mensen die niet naar je lachen als je langsloopt. Als je dan met al het eten bij ze terugkomt, lachen ze naar je en kun je het eten zo meenemen.’ Waarop de missionaris-zoon zijn creditkaart ophoudt en zegt: ‘Ja, maar je moet ze wel eerst dit geven!’ Mincayani’s reactie: ‘Maar dat krijg je gelijk weer terug!’
Weer thuis in Ecuador beklaagt Mincayani’s vrouw zich over hem omdat hij zo dik is geworden in Amerika. En dat als ze hem vraagt om te gaan jagen hij lui in een boom blijft hangen. De mens is snel verpest.
Kortom sluit dit druilerige weekend in het regenwoud af met End of the spear, je zult even niet meer klagen over een Hollands buitje.
Voor als je net (zoals ik) graag films bekijkt die meer natuurgetrouw inheemse volkeren belichten, is Black robe uit 1991 eveneens een aanrader. De scene waarin de Jezuiet met de broek naar beneden over de rand van de kayak hangt om zijn behoefte te doen, terwijl de peddelende Hurons daar hard om lachen, staat mij nog helder voor de geest. Dat zul je Kevin Costner niet snel zien doen.


0 Reacties tot “End of the spear”