Ik loop al twee keer langs de opticien en pas bij de derde keer zet ik mijn voet over de drempel. Het lijkt me prettig om tegen de avond een bril op te kunnen zetten. Naar alle waarschijnlijkheid ben ik daar te laat voor maar ik wil het nu met zekerheid weten. In de stellages hangen aardige monturen van vlinderachtig paars tot lentegroen of met de gelijkenis van geëpileerde wenkbrauwen boven enkelvoudige glas.
Ik leg aan de opticien uit dat mijn linkeroog bijziend (-8) is en dat daar ook beginnende retinopatie is vastgesteld. Ik krijg er geen hoofdpijn van maar het wordt wat nevelachtig op links. Sinds enige tijd ervaar ik mijn oog als een beslagen venster. Ik ben me er van bewust dat ik hoofdzakelijk kijk met rechts. De oogarts heeft me eerder al verteld dat mijn oog waarschijnlijk niets heeft aan een bril maar dat ik wel kan proberen of mijn oog nog op een contactlens reageert. Omdat ik me zonder bril goed kan redden heb ik daar nooit haast mee gemaakt. Maar vandaag moet het er maar eens van komen.
De opticien meet mijn oogdruk en bekijkt of mijn linkeroog nog mee wil kijken. Hij bedekt daarvoor mijn rechteroog en vraagt wat ik zie met links. Ik zie zwart. Het lijkt erop dat hij beide handen voor mijn ogen gedrukt houdt. In stilte stuur ik mijn luie linkeroog aan het werk en verschijnt met enige vertraging het beeld. Uit zichzelf staat het oog niet op scherp. Het kijkt een beetje ongeïnteresseerd mee. De hersenhelften werken niet goed samen.
‘Een bril heeft geen enkele zin,’ vertelt de aardige opticien. ’Daar word je tureluurs van want het beeld wordt links dan enorm verkleind. Maar als reserveoog is je oog niet eens zo slecht, ondanks de -8,25 heeft het voor 80% zicht.’ Ik vertel hem maar niets over mijn derde oog.
Erg vind ik het niet. Ik heb toch geen brillenhoofd. En omdat ik een hekel heb aan iets op mijn neus draag ik zelfs geen zonnebril. Een lens lijkt me eveneens lastig. Verder heb ik nooit de ambitie gehad om piloot te willen worden. Mocht u mij in de verte aan zien komen en mij niet willen zien, passeer mij dan gewoon op links.
*Dan zijn er nog mensen die slechts aan een kant bijziend zijn. Zij kunnen met het ene oog ver en met het andere alles wat dichtbij is zeer scherp zien. Wie met de daarmee verbonden problemen van het zogenaamd stereozien goed om kan gaan, heeft geluk. Hij of zij heeft nooit een bril nodig. Als er aan het gezichtsvermogen echter speciale eisen gesteld worden, wordt het moeilijk.
*Bron: Ben ik misschien bijziend?


Recente reacties