Archief voor 23 december 2008

Met-voorbedachten-rade

voordringen

Ik sta in de apotheek voor een nieuwe insulinepen. Gisteren sprong er een palletje uit mijn oude pen waardoor ik niet meer op haar kan vertrouwen, ik spuit nu met de reservepen maar omdat de kunststof insulinepennen (ik begon ooit met solide metalen pennen) ontzettend gammel gefabriceerd zijn (sorry jongens),  is een tweede pen op voorraad geen overbodige luxe.

Uiteraard is het wat druk in de apotheek zo vlak voor de kerst, doch langer dan een minuut of tien hoef je er zelden te wachten. Je wordt er altijd vriendelijk en vlot geholpen. Na mij komt er een rustige man binnen die zijn voeten op de mat verankert en met de handen in zijn zakken een prettige kalmte uitstraalt. Hij wordt op de voet gevolgd door een druk vrouwtje, dat me gelijk aanklampt en vraagt of ik de laatste ben. Ik knik naar de man naast mij en zeg haar dat hij dat is.

Opdringerig houdt ze een geel busje omhoog dat ik herken als een naaldcontainer voor gebruikte injectie naaldjes. ‘Ik hoef alleen maar dit in te leveren,’ zegt ze. ‘Nou,’ antwoord ik, ‘dan zet u hem op een hoekje van de toonbank en gaat u weer.’
 ‘Nou nee, want ik moet ook een nieuwe hebben en straks denken de andere mensen daar nog wat van. Maar om drie uur heb ik een afspraak bij de huisarts’ (de huisartsenpost is naast de apotheek gelegen).

Het is tien over half drie. Ik zeg haar dat je hier nooit langer dan tien minuten hoeft te wachten en dat ze anders ook eerst naar de huisarts kan gaan om op de terugweg de apotheek te bezoeken. Maar ze blijft naast me staan springen en tetteren over haast hebben en vertelt me en passant dat ze eveneens medicijnen op komt halen maar die liggen al klaar. O, denk ik, je komt helemaal niet alleen gebruikte naaldjes inleveren maar gewoon net als iedereen voor een recept.

Ondertussen ben ik aan de beurt. Ik wijs op de voordringer-met-voorbedachten-rade naast me en zeg luid en duidelijk: ‘Helpt u deze mevrouw maar eerst, die doet  zo zenuwachtig.’ Ineens krabbelt ze terug. ‘Nee, nee, dat hoeft ook weer niet.’ Ik geef de man naast me, die nog geen spier heeft vertrokken maar wiens  pretogen achter zijn bril glimmen, een knipoog en stuur haar onverbiddelijk naar de toonbank: ‘Als u er zo *om vraagt, zult u het krijgen ook.’  Het is kwart voor drie.

*om zeurt, zanikt, zeikt, klaagt tot vervelens aan toe