Archief voor februari 2009

Diep onder

-soms blog ik een droom-

picture-8

Ze was drie turven hoog en liep over asgrauw beton door een park in aanleg. Op geschoeide voetjes stapte ze in een diagonaal door vlakken groen en vlakken grijs met staketsels doorsneden waarachter later exotische dieren zouden komen. Er waren al wel beren. Twee jonge beren dolden met elkaar onderaan een aflopend muurtje van cement dat overging in een kunstmatig aangelegd meer. Van een afstand volgde ik haar rode jurkje als een wapperende vlag op een schuit door drooggelegde kanalen.

Aan de andere kant van het meer bevond zich een groep volwassen Kodiakberen. Beren konden zwemmen. Als ze het meisje maar niet zagen. Ineens maakte ik haast om het kind in te halen. Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat ze Aziatische trekken had. Het steile, lichtbruine haar viel glad over de schouders. Ze trok zich niets van mij aan en vervolgde haar weg.

Toen tuimelde ze in het water. Ik dook er achteraan. De diepte van het meer benam me de adem. Ik schoot onder haar door en ze vloog als een papegaaiduiker mijn armen in. Ze leek op een pop, zo snel als ik kon zwom ik met het meisje omhoog om haar op de betonnen kade neer te kunnen leggen. Zonder een woord te spreken stond ze op en liep weg. Weg van het water. Weg van mij.

Waar was haar moeder?

Wat deed deze peuter op een kale bouwvlakte.  Ik vroeg mij af waar ze vandaan kwam. Met wie ze meegekomen was. Ik verwonderde mij over haar droge kleding, het zijdezachte haar dat opwaaide in de zomerwind alsof ze niet zojuist in het water was gevallen. Alsof ik haar niet zojuist op het droge had gehaald. Voor een denkbeeldige ingang verschenen er een aantal mannen die zakelijke belangen bij het park-in-aanbouw hadden. Het meisje glipte achter de nette pakken van de bebrilde gezichten langs en verdween tussen de gepoetste schoenen van de aardbodem. Ze was niemand opgevallen. De mannen negeerden het moederloze meisje. Of zouden ze denken dat ik? 

Ik verliet dit droomfragment en bewandelde een van de vele zijpaden van deze droom. Veel te laat werd ik wakker.

Vandaag dacht ik aan een zomervakantie in Brabant. Ik was vijftien en lag op een opgespoten zandstrandje bij een afgraving. Het was bloedheet en druk. Van verre kwam een blond jongetje aanrennen. Hij leek rond het hele meer te willen draven. Ik zag de zonnebaders geamuseerd toekijken maar niemand leek te denken; wat doet zo’n peuter in zijn uppie langs de waterlijn? Ik stond op en ving het mannetje in mijn armen. Nog herinner ik mij zijn stralend blauwe ogen en dansende haar. Hij was blij en had geen flauw benul van zijn vader die panisch het strandje afzocht. Opgelucht nam hij zijn zoontje van mij over en bedankte mij duizendmaal. 

Vijftien jaar later liep ik zelf met zo’n blonde turf over het strand. Haast het evenbeeld van dat jongetje. Nog wat later kreeg ik een tweede zoon aan wie je niet kunt zien dat ik zijn moeder ben. Die steeds in het diepe springt zonder te kunnen zwemmen. Die ik steeds weer op het droge haal omdat hij anders verzuipt.

Verlichten

picture-5

Ik kreeg vandaag een boeddha om me te verlichten. Ik denk niet dat ‘t ook werkt bij lichaamsgewicht ;-)!

Rond inge n

kussenbuik

Geboorte gaf me mijn bast. Dat van een vrouw. ‘Wat geeft het nou die rond-inge-n?’ Peptalk plaatst mij op de door mij zo gehate weegschaal. Iedere drie maanden heb ik mijn gewicht in de schaal te leggen. De internist noteert het in zijn statistieken. Schommelt het meisje niet teveel?

‘Komt omdat je in een vorig leven een heks was, leef je nu naar je intuïtie zitten die wegingen je dwars,’ zegt een vriendin die reïncarnatietherapeut is. Ik denk eerder dat het komt doordat ik tussen mijn oren bolle wangen waarnam. Met nadruk op nam. Hongeren is verleden tijd.

Ik hongerde van mijn veertiende tot mijn achtentwintigste. Ik had een prachtig maatje zolang ik leefde op onbelegde boterhammen en wat gekookte groente. Ik kon me niet echt overgeven aan de anorexia vanwege de ingespoten insuline. Na verloop van tijd ging mijn lichaam sparen. Iedere gegeten appelschil draaide zich driemaal om mijn lijf en hield me stevig vast.

Toen werd ik zwanger. Vier maanden lang hield ik niets binnen. Zelfs water duldde mijn lichaam niet. Maar toch kreeg ik een buik waar ik trots op mocht zijn. Vanaf de vijfde maand at ik boterhammen met chocoladepasta, haring en noten. Ander voedsel verdroeg ik niet. Ik leefde op voorheen verboden voedingsmiddelen en merkte dat ik er niet dikker van werd. Na de geboorte van mijn zoon heb ik opnieuw leren eten. Samen met hem. Hapje voor hapje. Stapje voor stapje slankte ik af. Mijn lichaam hoefde zich niet meer te wapenen met spek tegen voedselschaarste.

Nu heb ik alweer jaren een gezond gewicht. Niet vanzelf. Je zult mij zelden zien snoepen, ook al is dit tegenwoordig geen verbod meer voor diabeten. Noem mij een gezondheidsfreak whatever…maar als je lichaam een paar jaar *doodmoe is geweest valt dat niet zo zwaar. Dan ga je op zoek naar voedsel dat energie levert. Maar het gewicht van de weegschaal is gebleven. Ik haat dat kreng.

De (jonge, nieuwe) internist prijst mij vanwege mijn flink gedaalde HbA1C. Daar heb ik dan ook flink mijn best op gedaan. Dan vraagt hij naar mijn gewicht. Ik geef hem mijn ‘kiloprijs’. Hij schrijft het op en vraagt: ‘Jij hebt zeker nooit problemen met je gewicht?’ Ik lach schamper en zet hem in drie zinnen mijn eetstoornis van vroeger voor. ‘Maak er alsjeblieft geen issue van,’ is zijn antwoord en ik zie hem denken…ziet er toch lekker uit?

Morgen neem ik een gebakje. Denk ik. Misschien. Waarschijnlijk. Ik ben dan tenslotte jarig.

*HELLP-syndroom

Amerika

picture-3

Ik trek de laatste dagen wat door Amerika. Niet per huifkar but in the spirit. Gisteravond (eigenlijk nacht) plakte ik op You Tube een hopeloos romantische film,  die in losse scènes was verknipt, aan elkaar; Stolen woman captured heart, vanavond bekeek ik de reportage Louis and the nazi’s (kreeg de kriebels van het hinkeldansje uitgevoerd door twee elfjarige zusjes tussen een met zwart tape geplakt hakenkruis op een keukenvloer ergens in Californië) en las vanaf m’n laptop  dat je mijn debuut gewoon van een New-Yorkse bieb kunt lenen. Jammer dat ‘t boek geen vertaling betreft, en hij  het niet kan lezen, of moet ik daar maar blij om zijn? Het blijft heiligschennis; als blanke over Native Americans schrijven. Ook in fictie.

Op mijn eigen website schrijf ik dan ook over Zon in het haar:

Toch vond ik het voor Zon in het Haar wel wat lastiger. Indianen (excuses voor mijn generaliseren) verachten de blanke die schrijft over het indiaan zijn. Hier in Nederland speelt die discussie helemaal niet, maar in Amerika ligt dat erg gevoelig. Ik heb daarom lang nagedacht over de vorm. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een blanke hoofdpersoon. In de eerste instantie lijkt dat op het laf omzeilen van een probleem. Maar een dergelijk uitgangspunt dwingt je ook om via een omtrekkende beweging op een geloofwaardige manier bij de indiaan (Navajo) uit te komen. Als het geraamte staat, zit juist in die beweging het vlees voor het verhaal. Ik heb even flink in mezelf moeten graven naar het geraamte. Vlees had ik genoeg.

Ik ben overigens wel van mening dat in fictie alles geoorloofd is. Een schrijver mag alles van wat er over de wereld rondloopt, kruipt of vliegt gebruiken om een verhaal te vertellen, onder iedere huid of berenvel kruipen. Zolang er maar over nagedacht is.

De tranen van de zeegans

peter

Mijn redacteur (Peter de Rijk/ Ezra de Haan) belde vanmorgen om te zeggen dat hij mijn novelle heeft ontvangen. Ik zette deze week de laatste punt. Tijd dus voor de belezen blik van een veelzijdig man.

Beetje griezelig -nee Peter is niet eng maar eerlijk- omdat ik een heel andere werkwijze heb toegepast en in een andere vorm/stijl/tijd geschreven heb dan ik in mijn eerste twee boeken heb gedaan.

De eerste opdracht die ik mezelf heb gegeven was om bij het verhaal te blijven. Om geen enorme zijpaden te bewandelen met grote sprongen in tijd en ruimte maar om een kleine wandeling van A(lkmaar) naar B(ergen) te maken. Een vertelling moest het worden. Klein. Een ieder weet hoe moeilijk de kunst van de eenvoud is.

Peter zei dat hij het even had doorgebladerd om te zien of ik me daar aan had kunnen houden en zei: ‘Ziet er zo op ‘t eerste gezicht goed uit.’  Nu maar hopen dat het verhaal hem ergens naar toe brengt. Het blijft altijd zoeken naar de juiste weg.

Kort verhaal van Peter.

Vals als

video-130_0003

Tekstfilmpje: Vals als (Vals als aanklikken)

Zou ik zingen
als een nachtegaal
luisterde ik jouw stilte op

-maar mijn-

Kraaien bij nacht
pikt galen in gehoor
van sonoor samengaan

Vals.

Mijn zus

zus3

Tekstfilmpje: Zus (Zus aanklikken)

Mijn zus
uit duizend
stukken

Jij&ik

Delen

praatjes
POPpen
plaatjes

Stuk-voor-stuk

gedeelde troost

Zij lijkt op HEM
IK op haar

-niet op elkaar-

toch een paar

van dezelfde laarzen

ROOD…

*Sorry sisters, doordat ik de laatste versie van ‘Mijn zus’ in een nieuw bericht heb geplaatst (in het oude bericht kreeg de opmaak kuren) zijn jullie comments verdwenen ;-(!

Bundel Poëzie in het park

poezieinpark1

Gisteren ontving ik het bericht dat er van Poëzie in het park een bundel wordt uitgegeven waarin mijn gedicht Meisje uit Sloten wordt opgenomen.

Uit zo’n 500 gedichten is er een selectie gemaakt voor de bundel. Dat betreft gedichten die dichters in opdracht maakten aan de hand van een regel die ze toegespeeld kregen van park-passanten maar ook gedichten die in workshops tot stand zijn gekomen.

De samenstellers van de bundel zijn: Jacques Brooijmans, Jos van Hest en Mick Witteveen (in het kader van Amsterdam Wereldboekenstad).