Archief voor maart 2009

De tranen van de Zeegans

zeegans

Vandaag belde mijn redacteur. Hij heeft mijn novelle gelezen en kwam met blij nieuws: Het is goed, op een paar zinnen na hoeft er bijna niets te worden aangepast. Dat was bij mijn debuut wel even anders.

Toch zat ik in de rats omdat ik de novelle niet heb aangepakt zoals mijn eerste twee boeken. Ik wilde geen enorme tijdsprongen meer, geen zijpaden of verhaal in het verhaal, maar chronologisch in de derde persoon en in de vt een  verhaal vertellen. Dat is best eng. Ik ben dan al gauw bang dat het op die manier te gewoontjes wordt. Maar het heeft wel gewerkt. Beperken levert winst op. Ik mag daar zelfs gerust nog een stapje verder in gaan. Mijn proza is nog niet gespeend van poezie, gedoseerd is dat niet verkeerd, zolang ik maar niet doorschiet.

Alleen is de novelle te kort om op zichzelf in boekvorm te verschijnen. Ik heb dus geen novelle geschreven maar een erg lang kort verhaal. Een vriend rekende het om naar 51 boekpagina’s. Als ik nog twee verhalen in dezelfde lijn schrijf, kan het een verhalenbundel worden, stelde de redacteur voor. Voordeel kan zijn dat als je korte verhalen hebt gepubliceerd, je eerder gevraagd kan worden om eens voor een magazine een verhaal te schrijven.

Daar heb ik niet bij stil gestaan. Bij een verhalenbundel. Maar ik vind het wel een uitdaging. Om na te denken over korte verhalen. In  mijn hoofd zingen al tijden een paar onderwerpen rond, waar ik over wil schrijven maar die ik te summier vind voor een hele roman. Misschien kan ik die gebruiken voor korte verhalen. En er schiet me te binnen dat ik nog een paar verhalen heb liggen. Misschien kan ik daar één van uitbreiden of er voor kiezen om in plaats van twee lange korte verhalen vier of vijf korte bij te voegen. Kortom…genoeg om mij over te buigen. Ik was de laatste weken een beetje schrijfmoelui dus dat kan geen kwaad.

Beeldgedicht

kijk21

BEELDGEDICHT:  Ze wil nie  (Ze wil nie aanklikken)

COOL! Literair feestje

boeken2

Mijn boeken stonden in goed gezelschap op de boekentafel .

kleine-zaal

Het is op de foto te zien. Dit onderdeel kon mijn zoon en mij niet bekoren. Het begon zo goed. De kleine zaal was helemaal gevuld. WAS. Omdat er geen zitplaatsen meer waren, stond men zelfs tegen de deur aangeleund.  De tafelgesprekken en voordrachten waren gevarieerd van opzet en dat houdt je alert. Er werden gedichten in ‘t West Fries voorgedragen en gewoon in ABN, fictie en non-fiction voorgelezen, deelnemers waren jong en oud, man of vrouw, de publicaties in eigen beheer (meerderheid) uitgegeven of behoorden schrijvers uit een uitgeversfonds toe. Net voor de laatste groep schrijvers (waaronder ik) aan tafel zou gaan, schoof een imposante stadsdichter met veel kabaal naar binnen. In zijn zaal kwam geen hond dus hij wilde van ons publiek gebruik maken. Met als gevolg dat toen hij begon te bulderen over regendruppels, drank en sigaren, met daar doorheen een jankende gitaar, bijna iedereen de zaal verliet (zou hij zich niet afgevraagd hebben waarom zijn eigen zaal leeg bleef?). De bezoekers kwamen niet meer terug.

tafelgesprek

Wij zaten dus voor een praktisch lege zaal. Met dank aan de stadsdichter. Ik heb het al nooit zo gehad op stadsdichters of Dichters des Vaderlands.

bb2

Maar ik kon nog net het laatste deel meepikken van het optreden van Beatrice van der Poel. Een geweldige zangeres die prachtig haar eigen teksten ten uitvoer brengt. Een aanrader om haar live te zien!!! Ik vond haar eigenlijk het beste dat de avond te bieden had. Maar ik heb niet alles van de programmering kunnen volgen. Nadat Beatrice een hoop liefdesleed over het publiek had uitgegoten, vroeg ze mij tijdens het signeren van de cd: ‘En ben jij gelukkig in de liefde?’  Ik zeg hier niet wat ik haar antwoordde, maar we moesten er wel om lachen.

bb3

‘Waai maar mee met de wind,’ schreef ze op de cd.

Dag lieve hond!

Ik droeg mijn viervoeter voor een laatste keer naar het gras bij de sloot. Ze hurkte door haar achterpootjes en deed nog één keer een plas. Het leek wel voorjaar. Even bleef ik in het warme zonnetje tegen de buitendeur aan staan,  haar versufte, magere lijfje dicht tegen me aan gedrukt en dacht: ‘Today is a good day to die.’  Niet veel later viel ze op mijn schoot in slaap om nooit meer te ontwaken. Dag lieve hond!

picture-159

Quinty 23-10-1992  16-03-2009

Quinty

De vrijdag begon met een naderend einde. Mijn hond besloot aan ‘t staartje van de Boekenweek om niet meer te eten, zo maakte ze kenbaar het thema van dit jaar af te willen sluiten. 

picture-163

Zestien jaar geleden kwam ze bij me omdat ik wilde schrijven. Schrijven en alleen maar schrijven. Uren liep ze naast me over de dijk en door de duinen als ik verhalen in liet waaien. Ze heeft altijd in de overtreffende trap gelopen: Lief, liever en liefst. Totdat ze nauwelijks nog op haar poten kon staan en ik haar dragen moest. En nu nooit meer uitlaten maar loslaten.

Ik zag mijn zacht

picture-112

Ik zag mijn zacht
gespiegeld in pin ups
die jou niet raken,
een voltreffer
in my face

Hoe ze bukken
hoe ze spreiden
onbekende meiden
beeldend blootgelegd

Onder mijn kleren
huist een vertrek
in diepere sferen
want daar woon ik.

Sonnet 2

picture-17

Voor mij schuilt er gevaar in vaste rijmschema’s. Ik verval dan gauw in een sinterklaasgedicht of limerick. Dat laatste zag mijn schrijfvriend ook.  Mijn vingeroefening was iets te licht. Het moet prozaïscher, minder poëtisch,  kreeg ik als advies van de ervaren ambtsbroeder. Hij gaf ook mee om veel en vaak sonnetten te schrijven.

Gewoonlijk dicht ik  als een zin komt binnenwaaien die me aanzet tot verder dichten. Om nu als een ambtenaar achter mijn bureau te gaan zitten en zonder ingeving van bovenaf te schrijven volgens een bestaande vorm, is onwennig. Ik ben ook bang om op rijmpjes uit te komen.  Dat het te kinderlijk wordt.

Mijn idee van een geslaagd gedicht is dat je bij de eerste keer lezen de gevoelsoverdracht begrijpt, maar dat het meerdere lezingen vraagt om er vat op te krijgen, dat telkens als je denkt de betekenis te hebben ontvangen, het tussen je vingers vandaag glijdt. Er moet iets te raden overblijven en biedt daardoor ook ruimte voor interpretaties van de lezer. Je moet wel als dichter weten waar je heen wilt en wat je hebt te zeggen, maar dat mag de lezer niet in één oogopslag zien.

Maar de sonnetten dienen als brug naar beter proza.

Prozaïscher en minder poëtisch vraagt om meer helderheid in betekenis. Vandaag een nieuwe poging om een verhaal te vatten in een sonnet.

 

Ik heb op je gewacht
in mindere tijden
tijdens het verglijden
van een lege nacht

Het leven lacht
-gelijk twee halfwassen meiden-
om vrees van beiden
voor ongekende kracht

Je stond vooraan
zag me op de rug
en liet het gaan

Loop dezelfde weg terug
langs deze eindeloze laan
dan vind je daar een brug.

Sonnet 1

picture-21

Een bevriend schrijver schreef: …je moet sonnetten gaan schrijven als vingeroefening (voor proza). Nu ben ik echt een kind van de jaren ‘70 die de vrije vorm warm omhelst. Maar er werd in die tijd ook nog geluisterd naar ervaren ambtsbroeders. Dus  heb ik vandaag keurig mijn huiswerk gedaan:

Ze is zestien
staar in haar ogen
bewogen
naar omgezien

Nooit kien
nu uitgevlogen
voorover gebogen
gevloerd misschien

Quinty kleine stoot
valt bedeesd
tippelend in de goot

Is mooi geweest
ze mag dood
‘t oude hondenbeest.

Cool feestje

picture-10

Op zaterdag 14 maart (19.00-00 uur) vindt er in Cool kunst en cultuur te Heerhugowaard een literair feestje plaats met als eregast Arthur Japin.

Mijn bescheiden aandeel van de avond beslaat slechts tien minuten; vijf minuten gesprek en vijf minuten voordracht; op een tijdstip waarop iedereen al dronken is ;-) !

Ik ben van plan een kort fragment van Het wachthuis voor te lezen en twee of drie gedichten. Even oefenen thuis met de kookwekker. Of ik dat red. Gelukkig zijn mijn gedichten kort van stof.

De romans Zon in het Haar en Het wachthuis zijn verkrijgbaar bij de aanwezige boekhandel Stumpel.