
Voor mij schuilt er gevaar in vaste rijmschema’s. Ik verval dan gauw in een sinterklaasgedicht of limerick. Dat laatste zag mijn schrijfvriend ook. Mijn vingeroefening was iets te licht. Het moet prozaïscher, minder poëtisch, kreeg ik als advies van de ervaren ambtsbroeder. Hij gaf ook mee om veel en vaak sonnetten te schrijven.
Gewoonlijk dicht ik als een zin komt binnenwaaien die me aanzet tot verder dichten. Om nu als een ambtenaar achter mijn bureau te gaan zitten en zonder ingeving van bovenaf te schrijven volgens een bestaande vorm, is onwennig. Ik ben ook bang om op rijmpjes uit te komen. Dat het te kinderlijk wordt.
Mijn idee van een geslaagd gedicht is dat je bij de eerste keer lezen de gevoelsoverdracht begrijpt, maar dat het meerdere lezingen vraagt om er vat op te krijgen, dat telkens als je denkt de betekenis te hebben ontvangen, het tussen je vingers vandaag glijdt. Er moet iets te raden overblijven en biedt daardoor ook ruimte voor interpretaties van de lezer. Je moet wel als dichter weten waar je heen wilt en wat je hebt te zeggen, maar dat mag de lezer niet in één oogopslag zien.
Maar de sonnetten dienen als brug naar beter proza.
Prozaïscher en minder poëtisch vraagt om meer helderheid in betekenis. Vandaag een nieuwe poging om een verhaal te vatten in een sonnet.
Ik heb op je gewacht
in mindere tijden
tijdens het verglijden
van een lege nacht
Het leven lacht
-gelijk twee halfwassen meiden-
om vrees van beiden
voor ongekende kracht
Je stond vooraan
zag me op de rug
en liet het gaan
Loop dezelfde weg terug
langs deze eindeloze laan
dan vind je daar een brug.

Recente reacties