
Vandaag belde mijn redacteur. Hij heeft mijn novelle gelezen en kwam met blij nieuws: Het is goed, op een paar zinnen na hoeft er bijna niets te worden aangepast. Dat was bij mijn debuut wel even anders.
Toch zat ik in de rats omdat ik de novelle niet heb aangepakt zoals mijn eerste twee boeken. Ik wilde geen enorme tijdsprongen meer, geen zijpaden of verhaal in het verhaal, maar chronologisch in de derde persoon en in de vt een verhaal vertellen. Dat is best eng. Ik ben dan al gauw bang dat het op die manier te gewoontjes wordt. Maar het heeft wel gewerkt. Beperken levert winst op. Ik mag daar zelfs gerust nog een stapje verder in gaan. Mijn proza is nog niet gespeend van poezie, gedoseerd is dat niet verkeerd, zolang ik maar niet doorschiet.
Alleen is de novelle te kort om op zichzelf in boekvorm te verschijnen. Ik heb dus geen novelle geschreven maar een erg lang kort verhaal. Een vriend rekende het om naar 51 boekpagina’s. Als ik nog twee verhalen in dezelfde lijn schrijf, kan het een verhalenbundel worden, stelde de redacteur voor. Voordeel kan zijn dat als je korte verhalen hebt gepubliceerd, je eerder gevraagd kan worden om eens voor een magazine een verhaal te schrijven.
Daar heb ik niet bij stil gestaan. Bij een verhalenbundel. Maar ik vind het wel een uitdaging. Om na te denken over korte verhalen. In mijn hoofd zingen al tijden een paar onderwerpen rond, waar ik over wil schrijven maar die ik te summier vind voor een hele roman. Misschien kan ik die gebruiken voor korte verhalen. En er schiet me te binnen dat ik nog een paar verhalen heb liggen. Misschien kan ik daar één van uitbreiden of er voor kiezen om in plaats van twee lange korte verhalen vier of vijf korte bij te voegen. Kortom…genoeg om mij over te buigen. Ik was de laatste weken een beetje schrijfmoelui dus dat kan geen kwaad.

Recente reacties