Archief voor april 2009

Impressie

di4

‘Er is ook muziek,’ zo lokte ik de negenjarige naar de Culturele Bazar.

 

dichtimpressie2

Links Ezra de Haan schrijver/dichter/journalist, tweede van links Raj Mohan zanger/componist/dichter (bundel Bapauti/Erfenis), rechts naast witte parasol Judith Heinsohn beeldend kunstenaar en in ‘t blauw sta ik.

wende1  luisteren1

Luisteren naar Wende Snijders, de primeur van wat in het najaar komen gaat. Deze veelzijdige zangeres gaat nu met haar prachtige geluid op de Engelse toer: Poptour No.9 

Ze zong eerder Antjie Krog: Vertrekkend

Dit kan ze ook: Au suivant

Culturele Bazar

Morgen, zaterdag 18 april, wordt de bundel Poezie in het park  gepresenteerd (buitenpodium). De presentatie vindt plaats tijdens de Culturele Bazar in Amsterdam (Buiksloterweg), met een zeer gevarieerd programma. Zie: Culturele Bazar.

Doordat ik het programma bekeek, dwaalde ik ook even af naar de website van De Kift, erg leuk om met de muis te bewandelen.

Dus als  je morgen niets te doen hebt, Wende Snijders, Mustafa Stitou, Herman Koch (hoofdpodium) en nog velen anderen treden op. Voor de zuinige Hollander: De toegang is gratis!

Literatuurplein.nl

Op literatuurplein.nl kun je oa goed onderbouwde boekrecensies (proza en poezie) lezen van Ezra de Haan en Guus Bauer.

Pootscherven

picture-116

Mijn hond(je) is inmiddels 29 dagen dood. Zestien werd ze, dus ik mag niet klagen. Doe ik ook niet. Ze huppelt me als een poltergeist voor de poten. Bij tai chi zit ze als een wachter voor de poort van het leslokaal. Ze oogt naar haar jonge jaren. Vaak denk ik dat ze er nog is.

Zojuist moest ik glas en oude broeken naar het milieuplein brengen. Een klein loopje, net lang genoeg voor een hoog bejaarde hond. Ik wilde al fluiten, boog me naar haar lege plek voor de verwarming. Daar waren alleen de krassen op het parket van het schuiven van haar mand. Ik ging alleen. Voor de glasbak had een of andere idioot een doos met spiegelscherven neergezet.

Booky.fi

vliegtuig

Als jong meisje dacht ik: Stel dat je boeken kunt schrijven, misschien kun je dan de hele wereld over. Dan weten de mensen dat je bestaat en vragen ze of je naar hen toe wilt komen. De drang om te schrijven heeft voor mij altijd met het verruimen van mijn wereld te maken gehad. Of het nu de belevingswereld of de wezenlijke wereld betreft. Het heeft te maken met over grenzen gaan. Achter de heg kijken. Over een zee springen enzovoort.

In een vliegtuig reizen leek me geweldig maar tegelijkertijd doodeng. In mijn fantasie schoot ik als een raket omhoog. Keer op keer deed ik mee aan de jaarlijkse Donald Duck wedstrijd omdat je daar een reis naar Disneyland mee kon winnen. Nee, niet naar dat nepgedoetje in Parijs maar naar het echte park bij Anaheim. Het ging me niet om Disneyland maar om het vliegen. Ik verlangde naar de vlucht. Het vliegen naar onbekende landen. Landen waar je de taal niet van sprak. De horloges die je ook kon winnen konden me gestolen worden. Ik wilde in de wolken zijn.

Met internet kun je reizen vanaf je luie stoel. Ook je boeken reizen virtueel heel wat af.

Een vriendin mailde me een site door van een Finse webwinkel waar haar boeken te koop stonden en ze had die van mij daar ook zien staan. Geen enkel woord van de boekomschrijving valt te herleiden. Stel dat je boek zou worden vertaald in het Fins, je komt er niet achter of dat een beetje adequaat is gebeurd. Toch vind ik dit het charmante van internet, dat een boek heel eenvoudig de wereld over reist. 

Maar ook zonder internet heb ik altijd heel wat afgereisd zonder een stap te hoeven verzetten. Tegen de verbeelding kan geen wereldreis op.

Ik raad niemand aan om voor de gein de boeken via deze Finse webwinkel te bestellen want je betaalt er twee keer zoveel voor.

Zie: Zon in het Haar  en Het wachthuis

Ik was eens

omslagiweomslagdidw

Vandaag ontving ik vers van de pers twee nieuwe boeken van Marianne Notschaele – den Boer. Marianne is  reïncarnatietherapeute  en tevens auteur van diverse boeken en artikelen over vorige levens en  reïncarnatietherapie. Het is lang niet alle therapeuten gegeven om levendig over hun professie te schrijven, maar Marianne kan dat als geen ander. Ik heb het voorrecht gehad één van haar meelezers te mogen zijn voor de daadwerkelijke publicatie en ontving steeds met veel plezier een mooi afgerond verhaal. En nu zijn die verhalen gebundeld in twee boeken:

Ik was eens is een uitermate geschikt boek voor een eerste kennismaking met  reïncarnatietherapie, het bevat uiteenlopende verhalen over vorige levens en is klein van omvang, hierna kun je zonder moeite door naar Diehards in de war (lees die titel maar even goed) waar de verhalen aan oorlog gerelateerd zijn. Op de achterflap staat: Verhalen die inslaan als een bom…En dat is geen loze kreet.

Moet je voor deze boeken in  reïncarnatie geloven? Nee, dat is niet nodig. De persoonlijke verhalen lezen eveneens als geschiedenisminiatuurtjes die voor de liefhebber van vervlogen tijden zeer de moeite waard zijn. Het persoonlijke vertelperspectief maakt identificatie eenvoudig, waardoor de verhalen echt tot leven komen.

Marianne laat haar cliënten zelf hun vorig leven opschrijven en heeft die verhalen zo authentiek  mogelijk overgenomen, als therapeute legt ze de verbanden tussen de vorige levens en de problemen waar haar cliënten mee kampen.  Door samenspel van therapeute en cliënt komt men tot de oplossing van het probleem. Saai? Allesbehalve. Maar dat komt omdat het zo to the point is geschreven en een aantal beschrijvingen van vorige levens zijdelings proza raken.

Sterk aan haar therapie vind ik het werken met taal. Het is aardig om te zien hoe er met dubbele betekenissen wordt gewerkt en om er achter te komen dat cliënten ongemerkt al veel prijsgeven louter door het omschrijven van een probleem. Het kan haast niet anders dan dat je na het lezen van deze boeken ook je eigen taalgebruik onder de loep zult nemen en je ineens afvraagt…goh..was ik ook niet eens een?

Over de zin en onzin van  reïncarnatietherapie  valt te twisten. De doelstelling van Marianne is heel helder:  Reïncarnatietherapie  rondt ‘onaffe’  sterfervaringen af via emotionele verwerking of inzicht. Het doel: 100% leven, nu! Zelf vind ik de vraag of  reïncarnatie wel of niet bestaat niet relevant, belangrijker is of deze therapie heilzaam is. Dat zal per individu verschillen, de cliënten die in de boeken voorkomen zijn er allemaal op vooruit gegaan. Het is een manier om naar jezelf te kijken om te zien wat je wilt behouden en wat je wilt veranderen.

De boeken zijn verkrijgbaar via diverse internet(boek)winkels en in de reguliere boekhandel.

Ik was eens €14,75
ISBN 978-90-806284-8-9

Diehards in de war €14,75
ISBN 978-90-806284-5-8

Marianne Notschaele – den Boer Uitgeverij RHA Publishing

Meer over de auteur en andere boeken zie haar website: Vorige levens.

Marianne beantwoordt op gratisadviseurs.nl online vragen over reincarnatie.

Een regen van confetti en scheermesjes

picture-192

Ondanks de warme lentezon sluiten de luiken zich bij de aanvang van het weekend. Het is zo donker, er kiert nauwelijks licht door. Ik probeer het wel. Voortdurend duw ik met mijn ellebogen tegen het hardhout van de blinden aan in de hoop op een doorgang. Maar na acht jaar zie ik er geen gat meer in.

Onder een laagje aarde wachten de ontkiemde bonen van Rat op hun doorbraak naar het licht. Slechts in een seizoen groeien zij verder uit dan Draak ooit zal kunnen doen. Draak, het kind dat ik uit een land vandaan plukte met op de ene plaats grote droogte en op de andere plek woekerend groen in overvloed. Je kunt je afvragen of je een kind wel bij de wortels af mag rukken. Zeker als de wortels geen grond hebben gehad. Maar die vraag heeft nu geen zin meer. Ik heb haar vaak gesteld.

Groeien doet hij hier goed. Zijn lijf, armen en benen reiken hongerig als bonenstaken naar omhoog, maar in zijn kopje verschrompelen de zijtakken. Rest niets dan arme zandgrond waarop geen enkele knop tot volle bloei komt. Die je een vork als een riek voor de keel houdt.

Ik sta in de keuken achter het fornuis en kook. Voor de derde maal stuur ik Draak naar boven om zijn kamer op te ruimen. Draak kan niet spelen, dus hij gooit zijn bakken leeg voor een speelgoedberg die ’s avonds weer in de bakken moet. Hij kan alleen spelen als iemand met voor hem speelt. Daar vraagt hij de hele dag om. Om vermaak. Dat krijgt hij voldoende maar een paar dingen moet hij toch ook zelf doen. Zoals opruimen. Scheldend en stampend gaat hij naar boven. Nog een paar keer komt hij naar beneden waar ik stoïcijns de opdracht herhaal: Kamer opruimen! Steeds opnieuw beklimt hij woest de trap. Dat moet toch meer energie kosten dan plastic beestjes in een bak deponeren. Om zeven uur schuif ik doodmoe aan tafel. Draak zegt niet te weten of hij alles heeft opgeruimd. Ik weet genoeg. In een half uur tijd doorloopt hij al de emoties; moet enorm lachen, richt zich op om te dreigen met zijn bestek en schiet bijna vol. Veel ruimte om te eten blijft er niet over.

Dit is het, bedenk ik me. Het plafond. Veel verder komt het niet. Iedere stap die hij zet moet naast een volwassene worden genomen anders struikelt hij aanhoudend en neemt een ieder mee in zijn val.

Als een nestblijver wordt hij gevoed. Maar op een dag is hij zestien. Achttien. Dertig. En dan? Worden dan de vleugeltjes geknipt?

Als Draak naar bed is en het huis weer rust ademt, begint het me te duizelen. Even liggen, denk ik dan. Ik ga liggen, staan en lopen, zitten en weer liggen. Kijk naar het lampschijnsel in het raam en zie daar een buitenaardse boodschap in. Ze komen mijn ziel halen. Ik ga dood. Het is alsof de woonkamer zich om mij sluit -vacuum verpakt- om zich dan enorm op te blazen. De wereld stroomt als water naar binnen, van brak naar zoet in zout. In een hoekje van mijn hoofd staat ineens ’suiker’. Ik loop naar de gang om uit mijn jaszak een zakje vloeibare glucose te pakken, neem het in en strompel nog tien minuten zinloos door de kamer, vloek en schop tegen de aanrechtkast aan omdat iets het van mij overneemt. Toch kan ik het besluit nemen om naar boven te gaan. Plat op mijn rug wacht ik verstijfd op bed het moment af waarop de woorden in mijn hoofd zich weer tot normale zinnen zullen vormen. Het moment waarop mijn hoofd weer van mij is. Even is het alsof Draak mijn kop in is geschoten. Zijn gekte. Zijn onsamenhangende beeld van de wereld, van de mensen, van relaties en ga-zo-maar-door. In zijn wereld reageer je primitief door te gaan schreeuwen als je het niet meer weet, te vernietigen wat je aanvliegt en om doelloos heen en weer te lopen als je hoofd je niet kan vertellen wat je te doen staat.

Na een uur kan ik opstaan. Ik heb het koud. Mijn tong is twee keer zo dik en mijn lippen zijn van rubber. Met een omslagdoek nestel ik mij op de bank. Rat kruipt dicht tegen me aan en zegt iets liefs en we kijken samen naar de tv. Ik probeer de beelden te ordenen, de oranje vlekken van aanhangers van de Bhagwan weer tot mensen te maken en hun gespreksflarden om te vormen naar verstaanbare taal. Langzaam voel ik mijn lichaam weer en valt alles in mijn hoofd op zijn plek.

Ik denk aan Draak. Draak heeft een hoofd waarin het voortdurend confetti en scheermesjes regent. Een hoofd dat je aan alles en iedereen vast doet grijpen omdat je denkt dat de hele wereld over je heen valt. Ik haat het om de controle over mijn denken te verliezen. Nog erger is het om het nooit in bedwang te kunnen houden. En dat voor een kind van negen.

Mondo Leone

Licht misselijk en met een verzwaarde maag probeerde ik vanmorgen toch een ontbijtje weg te werken en zapte wat verveeld langs de tv-kanalen. Opeens moest ik grinniken en vergat mijn dwarsliggende maag. Er kwam een filmpje voorbij met dansende mensen van Mondo Leone die met een vertellende manier van zingen, beeld en geluid opwekkend mixt. Klein puntje…hij had iets meer met de tekst kunnen doen…laat naar mijn idee een beetje liggen. Maar ik googlde naar zijn leuke site en vond daar nog een mooi, klein verhalend ‘liedje’: Hendrix Huisje . Ik hou er van als een alledaags beeld in een kader wordt geplaatst en zo iets bijzonders wordt. 

Ik moest door dit liedje denken aan een huisje langs het Noord Hollands Kanaal. Als ik mijn ouders in Den Helder bezoek, rijden we er altijd langs. Het is klein als een caravan met rondom een ontzettende puinhoop en toch woont daar iemand. Ik heb al heel wat bewoners gefantaseerd. Maar ik denk dat er een oude man in een oliejas woont die ’s nachts uit het kanaal schoenen en kettingkasten opvist en overdag achter de beslagen ramen bij de warmte van zijn petroleumstelletje slaapt. Het is een eenzaam huisje.

Sta je vandaag net als ik een beetje miserabel op, begin je dag dan met Mondo Leone, geheid dat je er een goed gevoel aan overhoudt.

Je kunt hem op een originele manier boeken: ABCD