Ontzielde zomer (slot)

deel 4 slot

Picture 375

En toen sprong haar leiding. De iMac die zich als een warm voelend mens had gedragen, werd ineens een koud stuk elektronica. In paniek draaide ze de kraan helemaal open, met in haar achterhoofd het besef hoe vernietigend water kon zijn. Maar ze vond het wachten op een afwijzing vernietigender. Zwerfkatten gingen altijd weg. Hoe dan ook. Net zoals die Leeuw bijna tien jaar geleden had gedaan. Wachten op pijn was erger dan versneld door pijn heengaan.

De tap draaide dol. Haar water gutste onophoudelijk zijn mailbox binnen. Al de drukte in haar hoofd spoelde door zijn PC. En katten hielden niet van water. Zwerfkat verzoop erin. Dregde hij weer boven dan opende haar schutkolk onmiddellijk opnieuw de deuren. Herhaaldelijk ging hij kopje onder, happend naar adem, klauwend naar vaste grond onder de poten. In een enorme woordhoos stortte ze binnen een paar dagen een heel innerlijk leven over hem uit.

Maar ’s nachts was haar sluis gesloten. Dan lag ze met geopende ogen  te wachten op de krantenjongen die zijn fiets tegen het hek zou smijten en de krant naar binnen liet ploffen. Dan schoot zij overeind om iMac aan te doen. Vandaag nam ze niet eens de moeite zich fatsoenlijk  te kleden. Hij zag haar toch niet. Hij zag Zus. Op het strand. Met baby Leon. Als meisje met een grijs konijn op schoot. Meis durfde haast niet meer te kijken. Blind tikte ze haar password in. Drie vetgedrukte kapitalen sprongen haar postvak binnen: WEG! Weg jij! Hij kon haar niet meer aan. Verstikt door haar emoties sloot hij haar doodmoe buiten door een simpel delete.

En Meis liep weg. Met gebogen hoofd. Haar bureaustoel draaide een halve slag en keerde hem de rug. Ze zette de kamerdeuren tegen elkaar open. Maar de schaamte bleef hangen, net zoals zij half over het aanrecht hing, prikkend in een restje koude pasta van de dag daarvoor. Leon stond naast haar. Om melk. Ze had hem niet eens horen komen. ‘Wat is er Meis? Waarom huil je?’ Hij trok de koelkast open. Ze voelde haar tranen niet meer na zoveel water. Katten kwamen uit zichzelf naar je toe, nooit onder dwang, dat had ze moeten weten. ‘O, ik weet het al Meis, je hebt je kraan open laten staan! Domoor!’ Leon sloeg de deur van de koelkast dicht en hield het pak melk aan zijn mond. Meis zei er niets van. Ze wist het. Ze had gewoon teveel water. Ze voelde teveel. De druk was te hoog. ‘Ik ga vandaag naar het bouwdorp!’ Leon gooide het lege pak in de pedaalemmer en stak een mes in de pindakaaspot. ‘Heb je nog restjes verf?’ Afwezig wees ze de richting op van de schuur.

Kinderen die niet op vakantie gingen, konden naar het bouwdorp. Met een aantal vrijwilligers bouwden ze daar aan een aantal speelhutten waar ze ook de nacht mochten doorbrengen. Leon ging ieder jaar weer. Dat was niets nieuws. Voor hem een timmeravontuur met gratis limonade. Meis zag een sloppenwijk in Brazilië. Modder en longontsteking. Honger en vuil. Onderkomens in elkaar gezet met alles dat voorhanden was. Afvalhout, gescheurd zeildoek en roestige spijkers. Wanhopig opgeschilderd met enkele strepen verf. Onschuldig kindervertier gekist in armoede. Zo keek Meis naar het bouwdorp, naar de wereld, deze zomer. Maar Leon zag er geen kwaad in. ‘Doei!’ en weg was hij. En Meis? Wat zou Meis vandaag eens doen? Er viel niets meer te mailen. Meis zou wachten op het donker.

Met een schop liep ze naar buiten. De lantaarnpaal achter de schutting lichtte voldoende bij. Naast Soep groef ze een vierkante kuil. Meis deed een stap naar achteren en staarde in een zwart gat. Door een klap van haar blad was een regenworm in tweeën gespleten. Kronkelend probeerden de twee losse endjes naar elkaar toe te graven. Als in trance keek ze naar het geworstel. Ineens draaide ze zich resoluut om, trapte tegen de drempel haar laarzen uit en begaf zich naar het bureau. Ze schoof iMac naar zich toe, even streelde ze zijn glazen gelaat en drukte een verhitte wang tegen een appelgroen speakertje. Toen trok ze in één wrede ruk de stekker er uit. Met iMac voor haar buik begaf ze zich weer naar de tuin. Zonder pardon gooide ze hem in het verse graf. Gespeend van menselijk contact was het zwarte scherm hoegenaamd niets. Met de schop dichtte ze het gat en stampte blootsvoets de aarde aan. Ook toen het allang vlak was bleef ze doorgaan met stampen. Uiteindelijk legde ze de muis er bovenop. Was leuk voor Soep, zo naast een muis.

Meis ging in de open keukendeur zitten. Als vanouds liet ze zich omarmen door de stilte. Het miezerde. Om de zoveel tijd vloog zo’n herfstige zomer je aan, die de dood inzette nog voor de bladeren vielen.

0 Reacties tot “Ontzielde zomer (slot)”



  1. Momenteel geen reacties

Reageer