
Het Kindercentrum ligt aan de Kostverlorenstraat in een bekende kustplaats. Wrange naam voor de straat waar een Orthopedagogische behandelgroep is gevestigd. Verliest Draak zijn kostje?
Op een zomerse dag rijden we er, nog zonder hem, voor een kennismaking heen. Geboren en getogen aan zee komen alle kustplaatsen, waar ter wereld dan ook, mij als thuis voor. Draak is niet aan zee geboren maar in Addis Abeba. Hij herkent geen thuis. Draak heeft zich maar thuis te voelen. Moeilijk als je dat niet kent.
De ontvangst is vriendelijk. Draaks toekomstige woonomgeving ziet er aardig uit maar ik voel mij een verrader. Mijn aangenomen kind kan niet in een gezin, niet in ons huis. Hij is wel graag thuis. Bij ons. Soms lijkt het te kunnen, maar op ieder moment van denken stort die gedachte bijna direct als een kaartenhuis in. Een voorval blaast de kaarten om of zijn voorbijgaan doet de grond enorm schudden. Je klampt je vast aan een joker.
Ik wil naar huis, weg van hier. Weg van de witte villa’s langs de lange laan die naar het Kindercentrum voert. De geur van duinroosjes aan de rand van een schelpenpad bedwelmt. Bijtend zout hangt in de lucht.
Op de terugweg ben ik stil. Het wordt steeds stiller in huis. Soms hoor ik mijn eigen ademhaling en begrijp Draak als die schreeuwt niet meer te willen leven. Om zich een kwartier later weer levenslustig aan een kippenbout te vergrijpen.
Hij is voor een weekje vakantie thuis. Ik zie zijn leuke kop. De stralende ogen die in een vingerknip boosaardig kunnen staan. Ik ben een kutmoeder maar dan wel de liefste van de hele wereld. ‘Niemand kan zo lekker koken als jij mam.’ Gelukkig wordt er op de nieuwe kliniek door een gastvrouw gekookt en niet zoals Draak over zijn huidige kliniek zegt: ‘De kok warmt het eten alleen maar op.’ Eten en gegeten worden, zijn de ijkpunten van Draaks bestaan. Zijn kostje. Verloren.

Recente reacties