Tranen met blokfluiten

We hebben Indonesisch gegeten in de Warmoesstraat, Zus en ik. Ons leven is weer bijgepraat en we lopen richting station. Een jonge man zit voor de brugleuning met aan zijn voeten twee gevlekte hondjes. Hij huilt. Zus wil doorlopen maar ik draai me om. Dit is echt.  Zus: ‘Kom zusje, dat is zijn karma. Hij kiest zelf voor zo’n leven.’  ’Een volgende keer zit je daar misschien zelf Zus. Je weet nooit wat t leven met je voorheeft,’ ik grabbel een vijfje uit mijn knip. Zus herkent hem als de man die we op de heenweg blokfluit hebben zien spelen. Blokfluiten eigenlijk, aan ieder neusgat één.

Ik stap op hem af en geef hem het papiergeld aan, met betraande ogen kijkt hij naar mij op en fluistert een bedankje. Voor een moment rust mijn hand op zijn hoofd, kort streel ik hem door zijn honingblonde haar. Dan loop ik weer snel door. Ik had hem willen omhelzen, vragen naar zijn pijn, maar dat doe je niet bij een vreemde huilende man op straat. 

 ’Je kreeg het zeker te kwaad?’ vraagt Zus. ‘Nee,’ antwoord ik, ‘ik heb met hem te doen.’  ‘Hopelijk koopt hij geen drugs van je geld,’ vervolgt nuchtere Zus, oud cipier van de bajes en achterdochtig van aard. Zelf denk ik dat hij er eten van koopt om te delen met zijn hondjes. Ik zie in hem geen huilende junk maar een jonge man die moe is van zijn manier van leven en zich op zijn blote voeten en in korte broek afvraagt wat hij in godsnaam hier doet met twee blokfluiten, zijn honden en zichzelf op een brug in Amsterdam waar niemand hem eens even vasthoudt.

2 Reacties tot “Tranen met blokfluiten”


  1. 1 sjoerd 26, juli, 2009 at 7:54 pm

    Die junk is inderdaad niet alleen maar junk. Boeiend stukje, wat was zijn reactie?

    groet,

    Sjoerd

    • 2 ingebak 26, juli, 2009 at 8:27 pm

      Sjoerd@ Volgens mij was ‘t geen junk, maar dat weet je nooit natuurlijk. Ik zag dat hij er op dat moment helemaal doorheen zat. De passanten ervoeren het als dagelijkse kost terwijl de pijn van zijn gezich af te lezen viel. Ik liep ook door maar moest van mezelf omkeren. Lang durfde ik niet bij hem stil te staan, achteraf dacht ik…ik had hem naar zijn verhaal moeten vragen. Ik vraag mij altijd af hoe mensen op straat terecht zijn gekomen. Hij was wat verward en zo zijn reactie ook. Verrast en verward.


Reageer