
‘Ik kan mij niet meer hechten!’ Hoe vaak riep ik dit niet nadat mijn adoptiezoon uit huis was geplaatst? Het gekke was dat die uitspraak niet op kinderen sloeg maar op dieren. Het betrof levende schepsels waar ik -eenmaal in huis genomen- voor zou moeten zorgen tot aan de dood. Die belofte kon ik niet meer doen. Ik heb in mijn leven al heel wat dieren gehad. Vertrouwen in dat mij dat goed afgaat, zou vanzelfsprekend moeten zijn.
Overvallen door bindingsvrees deed ik toch, nadat mijn hond gestorven was, verscheidene pogingen een nieuwe viervoeter te vinden. Maar iedere poging liep op niets uit. Bij het bezichtigen van puppen kreeg ik de kriebels als de papieren in zicht kwamen. Het haalde de adoptie naar boven. Een optie op een Spaanse asielhond bezorgde me slapeloze nachten. Dan maar geen hond.
Het huis werd wel erg leeg. Stil. Saai. Mijn oudste zoon stelde voor om een poes te nemen. Omdat je met een kat minder gebonden bent, durfde ik het aan. Zo kwam ik twee weken geleden met een cypers poesje thuis. Het beestje had nog zichtbare hechtingen van de sterilisatie. Na een paar dagen sprongen de hechtingen open. Het dier reageerde allergisch op het hechtmateriaal.
Al ruim een week houd ik me bezig met het schoonhouden van de kapot gemaakte huid. Dien antibiotica toe. Langzaam helen de wonden. Ineens herinner ik mij mijn uitspraak: ‘Ik kan mij niet meer hechten!’ De kat was al gehecht maar ik heb me opnieuw met haar te hechten. Samen likken we onze wonden. Hoe mooi de symboliek van het woord.






Recente reacties