Archief voor de categorie 'dagboek'



Tranen met blokfluiten

We hebben Indonesisch gegeten in de Warmoesstraat, Zus en ik. Ons leven is weer bijgepraat en we lopen richting station. Een jonge man zit voor de brugleuning met aan zijn voeten twee gevlekte hondjes. Hij huilt. Zus wil doorlopen maar ik draai me om. Dit is echt.  Zus: ‘Kom zusje, dat is zijn karma. Hij kiest zelf voor zo’n leven.’  ’Een volgende keer zit je daar misschien zelf Zus. Je weet nooit wat t leven met je voorheeft,’ ik grabbel een vijfje uit mijn knip. Zus herkent hem als de man die we op de heenweg blokfluit hebben zien spelen. Blokfluiten eigenlijk, aan ieder neusgat één.

Ik stap op hem af en geef hem het papiergeld aan, met betraande ogen kijkt hij naar mij op en fluistert een bedankje. Voor een moment rust mijn hand op zijn hoofd, kort streel ik hem door zijn honingblonde haar. Dan loop ik weer snel door. Ik had hem willen omhelzen, vragen naar zijn pijn, maar dat doe je niet bij een vreemde huilende man op straat. 

 ’Je kreeg het zeker te kwaad?’ vraagt Zus. ‘Nee,’ antwoord ik, ‘ik heb met hem te doen.’  ‘Hopelijk koopt hij geen drugs van je geld,’ vervolgt nuchtere Zus, oud cipier van de bajes en achterdochtig van aard. Zelf denk ik dat hij er eten van koopt om te delen met zijn hondjes. Ik zie in hem geen huilende junk maar een jonge man die moe is van zijn manier van leven en zich op zijn blote voeten en in korte broek afvraagt wat hij in godsnaam hier doet met twee blokfluiten, zijn honden en zichzelf op een brug in Amsterdam waar niemand hem eens even vasthoudt.

Kostje verloren

Draak

Het Kindercentrum ligt aan de Kostverlorenstraat in een bekende kustplaats. Wrange naam voor de straat waar een Orthopedagogische behandelgroep is gevestigd. Verliest Draak zijn kostje?

Op een zomerse dag rijden we er, nog zonder hem, voor een kennismaking heen. Geboren en getogen aan zee komen alle kustplaatsen, waar ter wereld dan ook,  mij als thuis voor. Draak is niet aan zee geboren maar in Addis Abeba. Hij herkent geen thuis. Draak heeft zich maar thuis te voelen. Moeilijk als je dat niet kent.

De ontvangst is vriendelijk. Draaks toekomstige woonomgeving ziet er aardig uit maar ik voel mij een verrader. Mijn aangenomen kind kan niet in een gezin, niet in ons huis. Hij is wel graag thuis. Bij ons. Soms lijkt het te kunnen, maar op ieder moment van denken stort die gedachte  bijna direct als een kaartenhuis  in. Een voorval blaast de kaarten om of zijn voorbijgaan doet de grond enorm schudden. Je klampt je vast aan een joker.

Ik wil naar huis, weg van hier. Weg van de witte villa’s langs de lange laan die naar het Kindercentrum voert.  De  geur van duinroosjes aan de rand van een schelpenpad bedwelmt. Bijtend zout hangt in de lucht. 

Op de terugweg ben ik stil. Het wordt steeds stiller in huis. Soms hoor ik mijn eigen ademhaling en begrijp Draak als die schreeuwt niet meer te willen leven. Om zich een kwartier later weer levenslustig aan een kippenbout te vergrijpen.

Hij is voor een weekje vakantie thuis. Ik zie zijn leuke kop. De stralende ogen die in een vingerknip boosaardig kunnen staan. Ik ben een kutmoeder maar dan wel de liefste van de hele wereld. ‘Niemand kan zo lekker koken als jij mam.’ Gelukkig wordt er op de nieuwe kliniek door een gastvrouw gekookt en niet zoals Draak over zijn huidige kliniek zegt: ‘De kok warmt het eten alleen maar op.’  Eten en gegeten worden, zijn de ijkpunten van Draaks bestaan. Zijn kostje. Verloren.

Jennifer sings

Ik bezocht de hyvespagina van een van mijn nichtjes en hoorde daar haar dertienjarige dochter Jennifer zingen op You Tube. Nu kom ik Jennifer wel eens tegen op de verjaardag van oma. Dan zit  ze vrij timide met haar Chihuahua op schoot op zo’n rechte stoel  in t benauwde bejaardenflatje. Maar nu ik Jennifer hoor zingen, komt ze behoorlijk uit die stijve zetel vandaan. I’m as proud as a peacock. Have a good listen to this!

Mondjesmaat

Picture 331

Het schrijven gaat mondjesmaat, steeds behap ik een klein stukje tekst, net genoeg om te kunnen verteren. De korte verhalen die ik al veel eerder schreef, bewerk ik voor mijn verhalenbundel. Het titelverhaal betreft een nieuw recept. Dat bakte ik de afgelopen maanden uit lucht (okay en wat research). 

Vandaag begon ik aan een verhaal dat ik in 2004 schreef, op de print in ringband staat; ontzielde zomer versie 1  juli 2004.  Door het over te typen werk ik al gelijk een aantal struikelblokken weg. Naast het titelverhaal heb ik inmiddels drie verhalen uit mijn la kunnen gebruiken, aan het derde sleutel ik nu.

Ik heb veel schrijftijd maar schrijf juist minder. Ik kom maar traag op gang, en kom ik eenmaal op gang houd ik het niet lang vol. Omdat ik geen haast heb, voor t einde van het jaar heb ik mijn verhalen wel bijeen gesprokkeld, is dat niet zo’n ramp. Een goede bijkomstigheid is dat ik door mijn vertraagde tempo ook zorgvuldiger schrijf.

Ik moet wennen aan al ‘t andere werk dat tussen mijn vingers door weg is geglipt. Een kind dat jaren lang om zo’n intensieve zorg vroeg en veel stress veroorzaakte is nu alleen nog maar in de weekenden thuis. De bejaarde hond die mijn dagindeling bepaalde is uitgewaaierd over het water. Eerder was schrijftijd schaars en werd ten volle benut. Ik kom erachter dat ik een nieuw dagritme heb te zoeken. Als ik dat een beetje voor elkaar krijg, zal ‘t schrijven ook weer toenemen. Denk ik. Hoop ik.

Handwerk

Foto 568

De arts heeft geen handen meer vrij en vraagt of ik de schaar uit de verpakking wil halen waarmee er in mij geknipt gaat worden. Zo draai ik ook de potjes met vloeistof voor haar open. Er wordt mij nog net niet gevraagd of ik het onderzoek zelf wil doen.

Met een beetje verbeelding ben ik weer de kleuterjuf die scharen uitdeelt en lijmpotjes opendraait. Mijn knipsels worden in de potjes gedaan. Rozerode waterpotjes voor de kwasten. Ik kijk recht voor mij uit en denk aan buiten. Aan straks lekker op de fiets weer naar huis. Aan een kopje thee. Aan de stamppot andijvie die ik voor vanavond heb gepland en aan een wasje draaien. Aan heel gewone dingen. En dan is het klaar. Bijna laat de assistente aan de balie de potjes uit haar handen vallen. Ik zeg: ‘Kijk uit, anders moet alles weer overnieuw.’  Ze verstopt zich snel achter het computerscherm.

Ik besluit om over twee weken zelf  te bellen naar de uitslag. Dan houd ik het in eigen hand.

Fuerte Dogs

podenco

Ik wilde een paar dagen geleden een blog beginnen met:

Herman Brusselmans heeft er eentje, Charlotte Mutsaers kan niet zonder, Martin Bril liep er dagelijks mee toen hij nog onder ons was, om er eens een paar te noemen. Geen enorme viervoeters die een kleine man doen groeien maar grappige honden wiens tred prima opgaat in de regelmaat van een gedicht of stuk proza.

Maar kennelijk heeft ‘t lot nog geen nieuwe hond met mij voor. Ik had een hondje gereserveerd bij Fuerte Dogs. Elke Kaaskooper runt op Fuerteventura (Canarisch eiland) een hondenasiel. Op haar website kun je lezen hoe hard ze werkt voor haar idealen. Veel honden (vooral de Podenco) worden gedumpt in dodenstations, op straat gegooid, liggen te verhongeren aan een lijn in de brandende zon en ga zo maar door. Natuurlijk worden er -helaas- in Nederland -zoals overal ter wereld- ook honden mishandeld, zoeken ‘tweedehands honden’ hier eveneens een nieuwe baas. Maar het initiatief van Elke raakte mij, zo ook een zwart hondje uit haar asiel.

Bij Elke kun je honden op afstand adopteren, als tijdelijk opvanggezin fungeren, of eenmalig een donatie doen naast het adopteren van een hond. Ik heb op ‘t laatste moment van *het hondje afgezien. Ook al vind ik een leven zonder hond minder zonnig dan met, het vloog mij ineens aan na zestien jaar zorg voor mijn oude hond. Dat had ik eerder kunnen bedenken, maar mijn gevoel gaat nogal eens met het verstand op de vuist.

Om terug te komen op ‘t begin, ik wilde een blog maken over de hond als schrijfmaatje, maar het is een blog over Fuerte Dogs geworden. Neem eens een kijkje op de website en overweeg een donatie. Of verdiep je eens in een vrouw die zich het lot van honden aantrekt en ervoor gekozen heeft daar midden in te gaan leven. Prachtig gegeven voor een roman, die Elke met haar honden.

Stichting Fuertedogs te Barendrecht ABN-AMRO rek.nr. 52.82.62.289

*Ik wist dat er nog een belangstellende voor haar was, nu zit ze samen met een andere pup van Fuerte Dogs bij een fijne baas in Nederland.

Kip Koe Hooi

In het zondagochtendprogramma boeken zette Rob Wijnberg  uiteen hoe de vluchtige actualiteit en tijdloze filosofie samen op kunnen gaan. Elkaar zouden kunnen helpen. Boeken is een zeldzaam programma waarin een auteur de tijd krijgt om inhoudelijk zijn/haar boek aan een publiek te presenteren. Een verademing tussen al die hap snap interviewtjes waar een auteur voortdurend onderbroken wordt als hij te veel uitwijdt of niet de richting opgaat die de interviewer zich wenst. De interviewer wordt vaak vergezeld door een soapy of musicalster, voetballer of haarstylist die zich in het gesprek mengen met rare kreetjes en verder een beetje mooi zitten te wezen. Maar dit terzijde. Ik dwaal af.

Om het verschil in denken van China en Amerika aan te tonen, en zo te laten zien dat communicatiestoornissen tussen die twee machten bij het oplossen van problemen begrijpelijk zijn, kwam Wijnberg met een onderzoeksvraag.

Aan zowel Chinezen als aan Amerikanen werd het volgende rijtje voorgehouden met de vraag: Welke twee horen bij elkaar?

KOE KIP HOOI

O, dacht ik. Simpel. Dat moet zijn de koe en ‘t hooi want de koe moet eten wil ze niet voortijdig omvallen, ik mis alleen nog wel het water. Ik luisterde naar Wijnberg die uitlegde wat het onderzoek had uitgewezen. Amerikanen zeggen: De koe en kip horen bij elkaar, want dat zijn dieren. Chinezen zeggen: De koe en het hooi horen bij elkaar, want zij kijken naar het grote geheel. Mijn eigen antwoord laat zien dat ik schijnbaar denk als een Chinees. Alles in het geheel plaatsen en niet zo gericht op louter het individu. Bij een andere vraag over vissen in een vissenkom (beschrijf wat je ziet) keek ik ook al als een Chinees.

Dit is maar een klein onderdeel uit zijn boek Nietzsche en Kant lezen de krant , na het tv-gesprek bedacht ik dat dit boek verplichte kost zou moeten zijn voor al de regeringsleiders. Vooral die van hier in ‘t Westen.

Impressie

di4

‘Er is ook muziek,’ zo lokte ik de negenjarige naar de Culturele Bazar.

 

dichtimpressie2

Links Ezra de Haan schrijver/dichter/journalist, tweede van links Raj Mohan zanger/componist/dichter (bundel Bapauti/Erfenis), rechts naast witte parasol Judith Heinsohn beeldend kunstenaar en in ‘t blauw sta ik.

wende1  luisteren1

Luisteren naar Wende Snijders, de primeur van wat in het najaar komen gaat. Deze veelzijdige zangeres gaat nu met haar prachtige geluid op de Engelse toer: Poptour No.9 

Ze zong eerder Antjie Krog: Vertrekkend

Dit kan ze ook: Au suivant

Culturele Bazar

Morgen, zaterdag 18 april, wordt de bundel Poezie in het park  gepresenteerd (buitenpodium). De presentatie vindt plaats tijdens de Culturele Bazar in Amsterdam (Buiksloterweg), met een zeer gevarieerd programma. Zie: Culturele Bazar.

Doordat ik het programma bekeek, dwaalde ik ook even af naar de website van De Kift, erg leuk om met de muis te bewandelen.

Dus als  je morgen niets te doen hebt, Wende Snijders, Mustafa Stitou, Herman Koch (hoofdpodium) en nog velen anderen treden op. Voor de zuinige Hollander: De toegang is gratis!

Pootscherven

picture-116

Mijn hond(je) is inmiddels 29 dagen dood. Zestien werd ze, dus ik mag niet klagen. Doe ik ook niet. Ze huppelt me als een poltergeist voor de poten. Bij tai chi zit ze als een wachter voor de poort van het leslokaal. Ze oogt naar haar jonge jaren. Vaak denk ik dat ze er nog is.

Zojuist moest ik glas en oude broeken naar het milieuplein brengen. Een klein loopje, net lang genoeg voor een hoog bejaarde hond. Ik wilde al fluiten, boog me naar haar lege plek voor de verwarming. Daar waren alleen de krassen op het parket van het schuiven van haar mand. Ik ging alleen. Voor de glasbak had een of andere idioot een doos met spiegelscherven neergezet.

« Vorige PaginaVolgende Pagina »